Paus en door junta ontvoerde priester verzoenden zich jaren geleden
Francisco Jalics, één van de twee Argentijnse priesters die in 1976 gekidnapt werd door de militaire junta toen de jonge Jorge Mario Bergoglio er de Jezuïetenorde leidde, zou zich al jaren geleden verzoend hebben met de kersverse paus.
De nieuwe paus kreeg bij zijn aanstelling heel wat kritiek over zijn verleden. Zo rakelden veel journalisten verhalen op uit de periode van de militaire junta in Argentinië. Clerici, zoals Bergoglio, zouden er de junta niet alleen oogluikend gedoogd hebben, maar ze tegelijk ook gesteund hebben bij het bestrijden van de vijanden: revolutionairen, atheïsten en communisten, of het nu binnen of buiten de kerk was.
De kwalijkste beschuldiging aan het adres van Bergoglio is dat hij als jonge jezuïetenleider zijn steun aan twee activistische priesters introk. De priesters, Orlando Yorio en Francisco Jalics, werden gearresteerd en gemarteld. Yorio, inmiddels overleden, zei later dat Bergoglio hen in feite had uitgeleverd aan de doodseskaders door hen niet openlijk te steunen.
Maar Jalics, die zich had teruggetrokken in een Duits klooster, heeft nu voor het eerst gereageerd op de kwestie. Hij zegt in een mededeling dat hij jaren later Bergoglio ontmoet heeft en dat ze over de zaak gepraat hebben. Nadien hebben ze elkaar omhelsd en samen de mis gevierd, zegt hij. Jalics benadrukt dat hij zich verzoend heeft met de feiten en hij beschouwt de zaak als gesloten.
Overigens heeft het Vaticaan de beschuldigingen al 'lasterlijk' genoemd. "Er is nooit een concrete en geloofwaardige beschuldiging tegen hem geweest, hij is één keer ondervraagd door Argentijnse magistraten omdat hij 'op de hoogte zou zijn van feiten', en hij heeft bewijsmateriaal geleverd om de beschuldigingen te verwerpen", zegt Federico Lombardi, woordvoerder van de Heilige Stoel.