PKK ontvoert Turks-Koerdisch parlementslid
De Koerdische Arbeiderspartij PKK heeft voor het eerst een Turks parlementslid ontvoerd. Hüseyin Aygün, zelf Koerd en voorvechter van de mensenrechten in Turkije, werd zondag in de oostelijke provincie Tunceli uit zijn auto ontvoerd. Ankara veroordeelt de ontvoering scherp.
In een persbericht heeft de PKK de ontvoering bevestigd en de autoriteiten gevraagd hun operaties in de regio te stoppen om Aygün te redden. "Er is een operatie gestart die het leven van de volksvertegenwoordiger in gevaar kan brengen", aldus de PKK.
Volgens de entourage van Aygün zou de PKK beloofd hebben om de politicus binnen enkele dagen te bevrijden. De ontvoering zou enkel tot doel gehad hebben om aandacht te krijgen voor de Koerdische zaak. De Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Idris Naim Sahin, heeft die hypothese bevestigd. Volgens Turkse commentatoren is de ontvoering een poging van de PKK om hun kracht te demonstreren en Koerdische parlementsleden te intimideren. Aygün heeft in het verleden de PKK gevraagd de gewapende strijd op te geven.
"Deze ontvoering toont wat voor organisatie de PKK is", zei de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan zondagavond. Hij verzekerde dat alle veiligheidstroepen zoeken naar de terroristen. Politici van de islamitisch-conservatieve regeringspartij AKP noemden de ontvoering een aanslag op het hele parlement.
De voorbije weken escaleerde het conflict met de Koerden verder. Ankara beschuldigt de regimes in Damascus en Teheran ervan de PKK te ondersteunen. De Turkse regering wil beletten dat de PKK de burgeroorlog in het naburige Syrië gebruikt. Ankara vreest dat de Koerden controle zullen verwerven over gebieden waar ze in de meerderheid zijn.