President Nigeria: "Boko Haram is bijna verslagen"
Het Nigeriaanse leger heeft terreurgroep Boko Haram in Nigeria bijna volledig verslagen. Dat heeft president Muhammadu Buhari gezegd tegen de BBC. "Ik denk dat we, technisch gezien, de oorlog hebben gewonnen."
Volgens hem is Boko Haram niet meer in staat om conventionele aanvallen uit te voeren op veiligheidstroepen of bevolkingscentra. Buhari heeft het leger tot het einde van de maand gegeven om de islamitische groepering helemaal uit te schakelen.
Boko Haram zou alleen nog voet aan de grond hebben in de staat Borno, waar de groepering in 2002 werd opgericht.
Hoewel Boko Haram de afgelopen tijd terrein heeft verloren aan het leger, voeren de militanten nog steeds bomaanslagen uit op gebieden in het noordoosten van Nigeria. Maar volgens Buhari zijn dat er al een stuk minder door de militaire druk van het regeringsleger. "Boko Haram is teruggekeerd naar het gebruik van geïmproviseerde explosieven", aldus de president. "Daartoe zijn ze nu teruggebracht."
Buhari noemde de terreurorganisatie, die sinds 2009 aanslagen pleegt, een 'georganiseerde strijdmacht', maar: "We hebben ze onder controle."
Twijfel
De uitspraken van Buhari worden in twijfel getrokken door tegenstanders van de regering. Die stellen dat de president een te rooskleurig beeld schetst en dat elke keer wanneer het leger verklaarde dat Boko Haram was verslagen, de groepering in stilte weer was opgebouwd.
Uit een maandag gepubliceerd rapport van de Verenigde Naties blijkt dat de angst voor Boko Haram grote gevolgen heeft voor het onderwijs in Nigeria en omliggende landen. Meer dan een miljoen kinderen gaan door het aanhoudende geweld niet langer naar school.
Boko Haram heeft in Nigeria duizenden mensen gedood en honderden ontvoerd, onder wie schoolkinderen. De terreurgroep is ook actief in buurlanden Tsjaad, Niger en Kameroen. Leiders uit Centraal-Afrika stelden vorige maand extra geld beschikbaar om Nigeria te helpen in de strijd tegen Boko Haram. 8.700 militairen uit Tsjaad, Niger, Benin, Nigeria en Kameroen gaan samenwerken tegen de organisatie.