Pro-Britse DUP wint nipt Noord-Ierse parlementsverkiezingen
De pro-Britse Democratische Unionistische Partij (DUP) heeft met een miniem verschil de Noord-Ierse parlementsverkiezingen gewonnen. De DUP haalde één zetel meer dan de republikeinse partij Sinn Fein en blijft daarmee de grootste partij in Noord-Ierland.
Partij wint met kleinste verschil uit de parlementaire geschiedenis van het land
De unionisten wonnen met 28 van de 90 zetels. Sinn Feinn kreeg ruim duizend stemmen minder dan de DUP, het kleinste verschil uit de parlementaire geschiedenis van Noord-Ierland. In totaal brachten 800.000 Noord-Ieren hun stem uit, de hoogste opkomst in twee decennia.
Ondanks de nederlaag kan Sinn Feinn tevreden zijn over de uitslag. Bij de verkiezingen van vorig jaar was het verschil met de DUP nog tien zetels.
De twee grootste partijen hebben nu drie weken om een coalitieregering te vormen. Groot twistpunt zal de brexit vormen. Noord-Ierland grenst aan de Ierse republiek en wil in meerderheid niet uit de EU. Mochten de partijen er niet uitkomen, dan gaat de macht terug naar het Britse parlement in Londen. Dat zou voor het eerst in tien jaar zijn.
In januari trad de Noord-Ierse vicepremier Martin McGuinness af. Dit deed hij uit woede over de weigering van de Noord-Ierse premier Arlene Foster om het veld te ruimen na een schandaal rond fout gelopen subsidies voor duurzame energie. Foster is van de DUP, dat de banden met het Verenigd Koninkrijk zo nauw mogelijk wil houden. De Noord-Ierse republikeinen van Sinn Fein willen juist aansluiting bij de republiek Ierland.
De twee tegenpolen werken sinds een vredeakkoord in 1998 samen in de regering van het bijna twee miljoen inwoners tellende Noord-Ierland.