Rusland heropent grote spionagebasis in Cuba
In alle stilte heeft Rusland een akkoord bereikt met Cuba om een spionagebasis uit de Sovjettijd te heropenen. Dat bericht de krant The Guardian. De basis ligt op een steenworp afstand van de Verenigde Staten. En dat terwijl de relatie tussen Moskou en Washington al verzuurd is.
De basis in Lourdes, ten zuiden van Havana, werd geopend in 1967. Het was de grootste buitenlandse spionagebasis van de Sovjetunie, met op zijn hoogtepunt 3.000 personeelsleden. Omwille van de hoge kosten en op vraag van de Verenigde Staten - de basis ligt op amper 250 kilometer van de Amerikaanse kust - besliste Poetin het complex in 2001 te sluiten.
Volgens de Russische krant Kommersant werd het akkoord om de basis te heropenen vorige week gesloten tijdens het bezoek van Vladimir Poetin aan Cuba. Na dat bezoek liet de persdienst van het Kremlin weten dat de president 90 procent van Cuba's onbetaalde schulden uit de Sovjetperiode heeft kwijtgescholden. In totaal gaat het om 23,6 miljard euro - een toegeving die nu verbonden lijkt te zijn aan de heropening van Lourdes.
Westerse invloed in Oekraïne
Deze zet maakt deel uit van Poetins strategie om Moskou te herbevestigen als geopolitieke rivaal van de Verenigde Staten, op het moment dat het westen nieuwe, zwaardere acties tegen Rusland heeft aangekondigd. De heropening van de basis is een nieuw dieptepunt in de relatie tussen de VS en Rusland, al noemen sommige experten dit vooral een symbolische zet. Volgens defensie-analist Pavel Felgenhauer is het louter een PR-stunt, ingegeven door de expansie van de westerse invloed in Oekraïne en uit vrees dat Oekraïne de Navo zal vervoegen.
Maar volgens Ruslan Pukhov, directeur van het Centrum voor Analyse van Strategieën en Technologieën in Moskou, heeft de basis wel degelijk militaire waarde. Hij denkt dat de onderhandelingen met Cuba al afgerond waren voor de Oekraïnecrisis in november begon. De heropening is volgens hem een gevolg van Russische pogingen om de strategische afzondering te doorbreken door de militaire samenwerking met andere landen te verbeteren.