Rusland wil onderzoek naar burgerdoden in Libië
De Russische ambassadeur bij de Verenigde Naties, Vitali Tsjoerkin, heeft de NAVO nadrukkelijk gevraagd uitleg te verschaffen over de burgerdoden tijdens de NAVO-bommencampagne die tot de val van het regime van de Libische leider Mouammar al-Kadhafi heeft geleid. Die operatie, Unified Protector, duurde zeven maanden en vond haar bestaansreden in een VN-resolutie waarin werd opgeroepen tot actie om de burgerbevolking te beschermen. De NAVO liet vandaag weten bereid te zijn tot enig onderzoek.
Tsjoerkin kwam met de eis daags nadat de krant New York Times in een omstandig artikel had geschreven dat de Alliantie minstens 40 burgers en mogelijk 70 heeft gedood. De krant voegde daaraan toe dat zij niet over gegevens uit alle gebombardeerde gebieden beschikt, en dat een aantal burgerdoden mogelijk nooit is gemeld. Het door de Times aangehaalde dodental ligt beduidend lager dan de cijfers die het regime-Kadhafi vrijgaf, maar ook veel hoger dan wat NAVO-baas Rasmussen beweerde: geen burgerdoden.
28 landen
Aan Unified Protector namen 28 landen, waaronder België, deel. Het leeuwendeel van het werk werd gedaan door de Britten, Fransen en Amerikanen. De NAVO mocht ook rekenen op fikse steun van het oliestaatje Qatar. Rusland had zich destijds onthouden bij de stemming over de (sindsdien) controversiële Libië-resolutie (VN-resolutie 1973).
Ban Ki-Moon
Tsjoerkin gispte ook VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon omdat die ondubbelzinnig zijn steun voor de NAVO-bombardementen had uitgesproken. Door het NAVO-optreden onder het R2P-principe (responsibility to protect) werd in Tripoli een 'regime change' bereikt. Zulk mandaat was niet in de resolutie vastgelegd. (afp/lpb)