Staat internetvrijheid op 6 november op het spel?
In deze derde aflevering van onze reeks over waarom de Amerikaanse presidentsverkiezingen ook voor ons erg belangrijk zijn, gaan we dieper in op intervrijheid. Het internet mag dan wel een globaal medium zijn, waarbij één overheid geen censuur kan toepassen op inwoners van andere landen, toch is het een belangrijk thema voor ons in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het internet blijft namelijk niet magisch in de lucht, maar wordt beheerd door non-profitorganisaties zoals ICANN. Het Amerikaanse Ministerie van Handel heeft echter nog altijd het laatste woord over belangrijke beslissingen die ICANN kan nemen over het kloppende hart achter het internet.
Op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties gaan al langer stemmen op om een VN-orgaan op te richten dat het internet kan beheren. Het mag niet verbazen dat Rusland en China de drijvende kracht achter die vragen zijn, omdat ze vrezen dat de Verenigde Staten te veel macht over de virtuele wereld krijgt. Dit is toevallig een van de weinige onderwerpen waarover presidentskandidaten Barack Obama en Mitt Romney het met elkaar eens zijn: de macht moet in de VS blijven. Toch hebben ze elk andere ideeën over hoe het internet gereguleerd moet worden.
Mitt Romney van zijn kant wil absoluut niet weten van een of andere regulering van het internet. "Het internet bloeit net omdat geen enkele regering heeft ingegrepen met een of andere regulering, en net daardoor is het een hoeksteen geworden van onze samenleving", liet hij vorige maand weten. Hij bekritiseert Obama ook omdat hij de zogenaamde 'netneutraliteit' (die stelt dat alle data als hetzelfde moet worden behandeld) heeft laten reguleren tijdens zijn presidentsschap. "Het ingrijpen van de regering-Obama heeft de innovatieve kracht vervangen door bureaucraten", aldus Romney nog.
Porno
Het blijft echter afwachten of Mitt Romney aan zijn achterban zal kunnen weerstaan. De Republikeinen schrijven in hun partijstandpunten namelijk dat ze het internet familievriendelijker willen maken. Een van de manieren om dat volgens hen te bereiken is "het internet beveiligen tegen roofdieren zoals makers van kinderporno". Maar niet alleen dat. Ze willen namelijk veel verder gaan, en ook internetgokken verbieden en "alle vormen van pornografie en obsceniteiten" streng reguleren. En zelfs dat is nog niet alles. De Republikeinen proberen er momenteel een cyberwet door te krijgen, CISPA genaamd. Die zou ervoor zorgen dat in een geval van een cyberaanval, de Amerikaanse overheidsdiensten ieders persoonlijke data mag gebruiken, zonder onderscheid te maken tussen binnen- of buitenlanders.
President Obama heeft al laten weten zijn vetorecht uit te spreken tegen CISPA, mocht het ooit door de Senaat geraken (het Huis van Afgevaardigden heeft de wet al goedgekeurd). Voorvechters van internetvrijheid vrezen er echter voor dat hij na de verkiezingen van gedacht zal veranderen. Obama heeft namelijk zijn handtekening gezet onder het handelsverdrag ACTA, dat wereldwijd voor gigantische protesten heeft gezorgd. Had ACTA door de Europese Unie niet van tafel zijn geveegd, dan konden overheden met een simpele vraag ervoor zorgen dat hele servers offline werden gehaald voor een kleine overtreding van één website.
SOPA, PIPA, ACTA
Tiffany Madison, oprichter van verschillende groeperingen die voor internetvrijheid strijden, zegt dat de mening van president Obama hoogst onduidelijk blijft. Naar de buitenwereld toe zegt hij niet te willen reguleren, maar achter de schermen zou hij meewerken aan een opvolger voor het afgeschoten SOPA. Hij zou dat namelijk verplicht zijn aan zij financiële steunverleners uit Hollywood. Ook het originele SOPA veroordeelde hij pas nadat de publieke opinie zich enorm tegen de wet had uitgesproken.
Barack Obama mag officieel dan wel zeggen het internet niet te willen reguleren, hij nuanceert zich telkens door te stellen dat hij "wetten zal ondersteunen die piraterij tegengaan, maar die wetten mogen het grondsprincipe van vrijheid van meningsuiting niet tegenspreken". Het gaat dan uiteraard over antipiraterijwetten zoals PIPA en SOPA, die wel een belletje zouden moeten gaan rinkelen. Ook tegen die wetsvoorstellen kwamen namelijk grote protesten, en niet enkel in de Verenigde Staten. Zo gingen wereldwijd ook populaire websites als Wikipedia een dag op zwart als protest. Obama sprak zich dan wel uit tegen de wetten, hij voegde eraan toe dat hij nieuwe versies van de teksten wel zou steunen.
Conclusie
Hoewel beide presidentskandidaten naar de buitenwereld doen uitschijnen dat ze het internet niet willen reguleren, steunen zij of hun politieke achterban toch wetten die het tegenovergestelde doen vermoeden. Romney bekijkt alles meer vanuit christelijk familiale waarden en een veiligheidsstandpunt, terwijl Obama meer lijkt in te zetten op het tegengaan van piraterij. Zo heeft Obama zijn handtekening gezet onder het handelsverdrag ACTA, en zegt hij nieuwe versies van antipiraterijwet SOPA te willen steunen. Romney heeft nog geen grote uitspraken gedaan in verband met internetwetten, maar zijn politieke achterban is duidelijk. Ook zijn running mate Paul Ryan heeft al zijn handtekening gezet onder cybercrimewet CISPA die internetprivacy kan bedreigen.
Maandag: in deel 4 gaan we dieper in op de invloed van Obama en Romney op de wereldeconomie.