Steeds minder Antillianen en Marokkanen verdacht van misdrijf in Rotterdam
Steeds minder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse komaf worden verdacht van een misdrijf. Uit de meest recente cijfers, die burgemeester Ahmed Aboutaleb naar de gemeenteraad stuurt, blijkt wel dat Antillianen nog altijd vaker betrokken zijn bij een misdrijf dan andere bevolkingsgroepen. Dat blijkt uit de Monitor Antilliaanse en Marokkaanse Rotterdammers 2010.
Het aantal Antillianen dat wordt verdacht van een misdrijf, daalde van 8,8 procent in 2008 tot 7,2 procent in 2009. Onder de Marokkanen daalde het percentage van 6,4 naar 4,6 procent. Bij de Surinamers is het bijna 4 procent en bij de Turken bijna 3 procent. In 2004 werd nog één op de tien Antillianen verdacht van een misdrijf. Het gemiddelde onder alle Rotterdammers bedraagt circa 2 procent.
Het onderzoek, uitgevoerd door de Erasmus Universiteit, schetst een beeld van de maatschappelijke positie van Antillianen en Marokkanen. Zo concludeerden de onderzoekers onder andere dat het aantal Antillianen dat afhankelijk is van een uitkering, daalde van 18,6 procent naar 15,9 procent. Ook het aantal uitkeringsaanvragen onder Marokkanen daalde licht tot ruim 14 procent. Rotterdam kent voor beide risicogroepen speciaal beleid.
In de havenstad laaide de afgelopen weken de discussie over criminaliteit onder Antillianen weer op. Dat gebeurde na een aantal incidenten waarbij Antillianen als dader en als slachtoffer betrokken waren. (belga/kve)