"Syriërs zitten achter etnisch geweld in Xinjiang"
Chinese staatsmedia beschuldigen rebellen in Syrië ervan extremistische moslims te trainen die verantwoordelijk zijn voor het geweld in de westelijke regio Xinjiang. Het etnische geweld heeft er de afgelopen weken al aan zeker 35 mensen het leven gekost.
Xinjiang grenst aan Pakistan, Afghanistan, Kazachstan, Kirgizië en Mongolië. China wijt de onrust in het gebied aan separatistische moslims die er de staat Oost-Turkestan zouden willen vestigen. Meestal wordt daarbij echter een verband gelegd met Turkije of Pakistan.
Volgens een blad dat eigendom is van de staatskrant het Volksdagblad, zijn sommige radicale moslims die de Oeigoeren in Xinjiang steunen, sinds vorig jaar van Turkije naar Syrië getrokken. Volgens het blad dat zich beroept op informatie van de Chinese inlichtingendiensten, namen zij daar deel in "extremistische, godsdienstige en terroristische organisaties binnen de Syrische oppositie''.
De radicale moslims zouden in Syrië mensen hebben gezocht die illegaal China zouden kunnen binnentrekken om daar "terroristische aanslagen'' voor te bereiden en te plegen. In Xinjiang zijn vaak botsingen tussen de oorspronkelijke islamitische bevolkingsgroep de Oeigoeren en Han-meerderheid. De Oeigoeren vinden dat de Chinese overheid hen discrimineert.