"Syrische burgers hebben geen internationale moordenaars nodig"
Sinds meer dan een week bombarderen Amerikaanse vliegtuigen stellingen van de Islamitische Staat (IS) in Syrië. Bedoeling daarvan is niet alleen "iets te doen" aan het IS-gevaar (groter nog dan dat van al-Qaida, luidt het), maar om de "gematigde regimetegenstanders" te steunen. Dat levert enkele problemen op.
Zo is de VS, zolang inderdaad enkel "rebellenstellingen" worden bestookt, of het wil of niet een tijdelijke objectieve bondgenoot van president Bashar al-Assad, de man die "moet opstappen". Voorts blijft onduidelijk waar "gematigd" eindigt en "radicaal" begint en zelfs of er nog zoiets als een "gematigde" rebellie bestaat, gegeven de niet-aanvalspacten met het al-Nosra Front (filiaal van al-Qaida) en IS. Grootste probleem: zelfs de meest trouwe bondgenoten van de VS vinden het niet fijn gebombardeerd te worden.
Een week geleden nog, bij de allereerste luchtaanvallen, spaarde de door het Westen in leven gehouden en in Turkije verblijvende "Nationale Syrische Coalitie" haar lof op de bombardementen niet. Maar nu wil die coalitie vèèl meer: IS bombarderen heeft enkel zin als tegelijkertijd ook het "despotische regime" van Assad wordt weggevaagd. Probleem is dat Washington nu al op de grens van de internationale legaliteit balanceert en met tegen Damascus gerichte aanvallen die grens ver overschrijdt zonder VN-mandaat.
Collateral damage
Rebellen in het eigen Syrië zijn minder ambitieus. Van hen komt de duidelijke boodschap aan het Westen: "De (Syrische) burgers hebben geen internationale moordenaars nodig". Oorlogvoering vanuit de lucht heeft steeds, de mythe van precisiebombardementen negerend, behoorlijk wat 'collateral damage' - ongewilde burgerdoden - tot gevolg. Op Twitter en Facebook circuleren foto's van kleine kinderen die bij luchtaanvallen van de "internationale alliantie" (de VS en de vijf Golfmonarchieën) zijn omgekomen, geen reclame voor het R2P-principe (responsability to protect).
Voorts doken de voorbije dagen op het internet verscheidene video's op van protesten in Syrische steden tegen die bombardementen. Die blijven, ook onder een humanitaire dekmantel, immers destructief. De betogers zijn blijkbaar niet alleen burgers, want de video's tonen ook de vlaggen van de IS en andere radicaal-islamitische groepen. Die "radicalen" zijn dan weer boos omdat de bombardementen de gehate Assad zij het ongewild een ruggensteuntje geven.
Volgens sommige "activisten" zijn niet de Verenigde Staten en de soennitische Golfmonarchieën degenen die de soennitische IS (vroeger ook ISIL of ISIS) gecreëerd hebben om de sjiitische "crescent" (Iran, Syrië, Hezbollah in Libanon) te breken, maar boeman Assad zelf. En blijkbaar interpreteren vele Syrische oppositionelen het feit dat zowel de VS als Damascus de IS bekampen als een bewijs van "heimelijke samenwerking" tussen beiden.
'Verkeerde vijand'
Dat de VS-jets ook andere radicaal-islamitische groepen dan de IS bombarderen, het al-Nosra Front bijvoorbeeld, is voor hen een bewijs te meer. Al-Nosra, deel van al-Qaida, deelt het ideologische gedachtegoed van IS, maar zijn geen vrienden. Al-Nosra en een resem andere "bewegingen" bestrijden IS, ontstaan uit al-Qaida in Mesopotamië en op enkele maanden tijd uitgegroeid tot een in het geld zwemmende terreurgroep. De zogenaamde "gematigden" (wat hen "gematigd" maakt, is niet meteen duidelijk) sympathiseren nu met de terreurmilities, luidt het, omdat de VS eigenlijk de verkeerde vijand aanvallen.
De VS-luchtaanvallen blijken inmiddels een ideale rekruteringscampagne voor IS: de voorbije week hebben zich tientallen nieuwe leden bij de groep, in het Westen vaak beschreven als de "grootste dreiging ooit", aangesloten.