Syrische oppositie matigt zich, maar vraagt meer hulp aan westen
De gematigde Syrische oppositie heeft gisterenavond afstand genomen van extremisme. Tijdens een vergadering met internationale bondgenoten in het Turkse Istanbul beloofde de Nationale Coalitie zich in te zetten voor een democratisch Syrië.
De oppositie toonde zich tijdens de bespreking met westerse en Arabische bondgenoten van haar beste kant. Zo werd nadrukkelijk afstand genomen van terrorisme. De opstandelingen willen dat westerse bondgenoten wapens gaan leveren voor hun strijd tegen het regime van president Bashar al-Assad.
Veel landen vrezen dat wapenleveranties in handen kunnen vallen van extremistische groepen die tegen het regime vechten. De Amerikaanse minister John Kerry (Buitenlandse Zaken) zegde geen wapens toe, maar schroefde de hulp aan de opstandelingen toch flink op. De VS verdubbelen hun steun aan de oppositie naar ongeveer 250 miljoen dollar (191 miljoen euro).
Versoepelen embargo
Niet alle landen verzetten zich tegen het leveren van wapens. De Britse minister William Hague (Buitenlandse Zaken) zei dat EU-landen binnenkort gaan praten over een versoepeling van het embargo dat landen belet wapens te leveren aan de rebellen. Zijn Duitse evenknie Guido Westerwelle zei sceptisch te zijn over het bewapenen van de oppositie, maar vindt wel dat de EU de kwestie moet bespreken.
De opstandelingen bleken meer dan wapens op hun wensenlijst te hebben staan. Ze vroegen de Amerikanen drones in te zetten tegen de troepen van Assad. Dat zou chemische- en raketaanvallen op burgers moeten voorkomen. Ook willen ze een no-flyzone, zodat het regime geen gevechtsvliegtuigen en helikopters meer in kan zetten.