Tienduizenden mensen ontvluchtten Kunduz in minder dan twee weken
Op slechts twee weken zijn tienduizenden mensen de Afghaanse provincie Kunduz ontvlucht. Dat melden de lokale autoriteiten vrijdag. In Kunduz vinden sinds eind april hevige gevechten plaats tussen talibanstrijders en Afghaanse ordediensten.
"Ongeveer 14.000 families zijn gevlucht in twee weken door de gevechten in Kunduz", zegt Ghulam Sakhi van het lokale vluchtelingenbureau. Eind april startten de talibanstrijders er met een offensief op de posities van het leger en de politie. Beetje bij beetje winnen ze daarbij meer terrein richting de strategische provinciehoofdstad in het noorden van Afghanistan.
Volgens provinciegouverneur Mohammed Omar Safi worden de talibanstrijders bijgestaan door leden van de islamistische terreurgroep Islamitische Staat (IS). "Ze steunen en trainen de taliban en ze proberen hun capaciteiten te ontwikkelen met het oog op een nog groter gevecht", zei hij in een interview met de BBC.
Meerdere analisten betwijfelen echter een gestructureerde aanwezigheid van IS-strijders in de regio. Het is inderdaad zo dat veel buitenlandse jihadstrijders uit Centraal-Aziatische landen zoals Pakistan en Tjetsjenië er komen vechten, "maar dat wil niet per se zeggen dat het om IS-leden gaat", zegt Kate Clark van het Afghanistan Analysts Network, een onderzoeksorganisatie die gebaseerd is in Kaboel. "En daarnaast zie ik geen enkele reden waarom de taliban samen met IS zou willen vechten".