Tunesische president: "We bevinden ons in een oorlogstoestand"
De Tunesische president Beji Caid Essebsi heeft zaterdag de noodtoestand afgekondigd voor de komende dertig dagen. Dat gebeurt een week na de aanslag door een 24-jarige student op het strand van Sousse, waarbij 38 toeristen omkwamen. De aanslag werd opgeëist door terreurgroep IS.
Tunesische president kondigt noodtoestand af
De dertig dagen durende noodtoestand moet in de eerste plaats de veiligheid terugbrengen in het land, aangezien Tunesië één aanslag verwijderd is van een totale instorting. Veel Tunesiërs vroegen de noodtoestand uit te roepen, zodat het land het terrorisme kan bestrijden, in de hoop zo de toeristen terug te halen.
"We zijn in groot gevaar", zei de 88-jarige president vanavond tijdens een 25 minuten durende televisietoespraak. "We bevinden ons in een oorlogstoestand." Het land bevindt zich in een moeilijke situatie en het is noodzakelijk om buitenlandse investeerders aan te trekken, voegt hij toe. "Maar we beschikken momenteel niet over een investeringsklimaat."
Impact toerisme
De president verwijst daarmee naar de duidelijke negatieve invloed die de aanslag van 26 juni heeft op het toerisme. Hoteleigenaars merkten vorige week een daling van het aantal boekingen van 40 procent. Om het toeristische seizoen, dat nog maar juist begonnen is, toch nog te redden, heeft het land de "vertrekbelasting" voor toeristen, die werd ingevoerd in oktober 2014, opnieuw afgeschaft.
Door het uitroepen van de noodtoestand, krijgen politie en leger meer macht in het beveiligen van het land tegen terroristische aanvallen. Na de aanslag op 26 juni kondigde Tunesië al een rist aan veiligheidsmaatregelen aan, zoals de sluiting van meer dan 80 moskeeën waar vermoedelijk IS-strijders worden geronseld.
Daarnaast werden veiligheidskrachten ingezet in toeristische regio's en worden de vergunningen herzien van politieke bewegingen die ervan verdacht worden connecties te hebben met jihadisten.