Turkije laat Syrische beschieting niet onbeantwoord
Turkije zal "vastberaden terugslaan" nadat Syrië een van zijn straaljagers uit de lucht heeft geschoten. De beschieting blijft niet onbeantwoord, zei premier Recep Tayyip Erdogan vandaag in het parlement. Ook de NAVO heeft vandaag Syrië "ten stelligste veroordeeld". Dat heeft NAVO-secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen gezegd na afloop van het spoedoverleg in Brussel.
De Turkse premier Erdogan zei dat Turkije verstandig reageert op het incident, maar dat moet volgens hem niet worden gezien als zwakte. Daarnaast liet hij weten dat hij het leger de opdracht heeft gegeven om voortaan op elke "schending" aan de grens met Syrië te reageren, maar hij maakte niet duidelijk hoe.
Syrië haalde vrijdag een Turks gevechtsvliegtuig neer bij de grens. Het toestel stortte in de Middellandse Zee, de twee piloten zijn nog niet gevonden. Erdogan spreekt van een "schandalige aanval" en een "vijandige daad".
"Onacceptabel"
Ook de NAVO heeft het neerhalen van het Turks militair vliegtuig krachtig veroordeeld en noemt het incident onacceptabel. Dat maakte secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen van de NAVO vandaag in Brussel bekend na overleg met de 28 NAVO-lidstaten over de Syrische actie.
Het NAVO-lid Turkije had zelf om het beraad gevraagd. Het bondgenootschap verwacht dat Syrië alle noodzakelijke stappen neemt om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen, aldus Rasmussen. Hij betuigde zijn solidariteit met de Turken.
De NAVO-topman noemde de Syrische actie een nieuw voorbeeld van het geringschatten door de Syrische autoriteiten van internationale normen, vrede en veiligheid en mensenlevens. De NAVO zal de situatie nauwlettend en met grote zorgen verder volgen, aldus Rasmussen. Het overleg met de ambassadeurs van de NAVO-landen duurde ongeveer een uur.
Artikel 4
Turkije verzocht om consultaties op grond van artikel 4 van het NAVO-verdrag. Daarin staat dat lidstaten "gezamenlijk zullen overleggen wanneer, in de ogen van een van hen, de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een van de partijen wordt bedreigd".
Het was pas de tweede keer in het 63-jarig bestaan van de NAVO dat de bondgenoten bijeenkwamen op basis van artikel 4. De eerste keer, in 1990, was het eveneens Turkije, dat zich bedreigd voelde door Irak. Ankara riep toen ook Artikel 5 in. Dit NAVO-artikel zet de deur open voor militaire interventie.
Volgens Rasmussen is bij het overleg dinsdag Artikel 5 "niet ter sprake gekomen".