Turkse premier: "IS is hoofdverdachte bomaanslag"
Islamitische Staat (IS) is de hoofdverdachte van de dubbele zelfmoordaanslag tijdens een vredesmanifestatie in de Turkse hoofdstad Ankara die zaterdag aan zeker 97 mensen het leven kostte. Dat heeft de Turkse premier Ahmet Davutoglu vandaag gezegd. Hij zei dat in het onderzoek vooruitgang wordt geboekt met de identificatie van een van de daders.
Tijdens een live interview op de Turkse zender NTV zei Davutoglu dat de aanslag een poging was om de uitslag van de parlementsverkiezingen op 1 november te beïnvloeden. Hij voegde er aan toe dat er stappen zullen worden ondernomen indien uit het onderzoek zou blijken dat falende veiligheidsmaatregelen de aanslag mogelijk hebben gemaakt.
Eén dader bekend
"Als we kijken naar de manier waarop de aanslagen zijn gepleegd, beschouwen we de onderzoeken naar Daesh (het Arabische acroniem van IS, red.) als onze prioriteit", aldus Davutoglu. Volgens de premier hebben de autoriteiten "de naam van een persoon die ons naar een organisatie leidt", maar meer details gaf hij niet.
Davutoglu beschouwt de rebellen van de Koerdische Arbeiderspartij PKK of die van het extreem-linkse DHKP-C ook nog altijd als "potentiële verdachten".
De aanslag was een poging om de uitslag van de verkiezingen op 1 november te beïnvloeden
Vredesmanifestatie
De zelfmoordaanslagen werden door twee mannen gepleegd. Doelwit was een demonstratie van verschillende organisaties voor 'werk, vrede en democratie' en tegen de escalatie van het conflict tussen Ankara en nationalistische Koerden. Er vielen volgens regeringsbronnen 97 doden en honderden gewonden.
De pro-Koerdische en radicaal linkse partij HDP, die stelt het doelwit te zijn geweest van de aanslag, spreekt van 128 doden. HDP overweegt nu alle verkiezingsbijeenkomsten af te zeggen en dus hun kiescampagne af te gelasten. De partij vreest immers dat het niet veilig is om grote groepen mensen op de been te brengen. Vakbonden die zaterdag betoogden, hebben tot en met dinsdag een staking uitgeroepen.
Eenzijdig staakt-het-vuren niet gerespecteerd
Gisteren gingen duizenden mensen in Ankara de straat op om te rouwen na de aanslag. Zij gaven de regering van president Erdogan de schuld van de bomaanslagen vanwege de gebrekkige veiligheidsmaatregelen.
Enkele uren na de aanslag kondigde de PKK een eenzijdig staakt-het-vuren af. De Turkse regering ging daar niet op in en begon al zaterdagavond Koerdische doelwitten in het oosten van Turkije en in het noorden van Irak te bombarderen. Dat ging ook gisteren door. Volgens de autoriteiten zijn in de provincie Diyabarkir 49 mensen bij die luchtaanvallen om het leven gekomen.
"Dat staakt-het-vuren betekent niets voor ons", zei een hooggeplaatste
veiligheidsofficial tegenover Reuters. "De operatie zal zonder enig oponthoud worden voortgezet".
Burgeroorlog Syrië
De aanslagen hebben de spanning in Turkije verder opgedreven. De politieke en etnische wrijvingen worden verhit door de slepende burgeroorlog in buurland Syrië en het stranden van het vredesproces tussen Ankara en radicale Koerden.
In juli vielen meer dan dertig doden bij een mogelijk door IS gepleegde aanslag op een bijeenkomst van linkse studenten in Suruç. Dat ligt vlak bij de Syrische grens. De studenten wilden de grens oversteken om te helpen bij de wederopbouw van het door IS verwoeste Kobani.