Twintigtal agenten gewond bij rellen in Noord-Ierland
Tijdens ernstige onlusten in de Noord-Ierse stad Belfast zijn afgelopen nacht 22 politieagenten gewond geraakt. Dat meldt de politie. De spanning is in de stad opgelopen door het begin van traditionele protestantse marsen.
De politie zette gisterenavond waterkanonnen in en vuurde 51 rubberen kogels af om circa 200 katholieke relschoppers te verdrijven. De betogers reageerden met bakstenen en benzinebommetjes. Ze kaapten een bus en wilden daarmee inrijden op een politiecordon, maar botsten voordat dat kon gebeuren.
Oranjemarsen
De onrust in Belfast begon, toen protestanten vreugdevuren ontstaken. Dat is traditiegetrouw het beginsignaal van de jaarlijkse Oranjemarsen van protestanten in Noord-Ierland.
Met de optochten herdenken de protestanten de overwinning van de protestantse Nederlandse koning-stadhouder Willem III in de slag bij de rivier de Boyne op 12 juli 1690. Hij versloeg daar zijn schoonvader, de katholieke Engelse koning James II. Voor veel katholieken staan de marsen symbool voor de Britse bezetting van het Ierse eiland.
Brandbommen
Eerder deze week liep het in het stadje Ballyclare, ten noorden van Belfast, ook al uit de hand. Daar raakte de politie slaags met circa 100 protestanten, die de agenten aanvielen met brandbommen.
Sinds de zogeheten Goede Vrijdag-vredesakkoorden van 1998 was het relatief rustig in Noord-Ierland. Kleine facties veroorzaakten af en toe gewelddadige incidenten. Door de jarenlange ruzie tussen de protestante loyalisten en de katholieke republikeinen zijn circa 3500 mensen om het leven gekomen. (afp/adv/adha/adb)