Vakbondsman krijgt 64 jaar na maffiamoord staatsbegrafenis
Meer dan zestig jaar nadat de maffia hem vermoordde, kreeg de Italiaanse vakbondsman Placido Rizzotto vandaag alsnog een staatsbegrafenis in het Siciliaanse Corleone. Naast president Giorgio Napolitano kwamen nog heel wat andere hoge functionarissen naar de plechtigheid. "We hebben nooit geloofd dat we de maffia hebben overwonnen, maar we geloven wel dat we hen zullen overwinnen", zei Napolitano.
De 34-jarige Rizzotto streed voor de rechten van de kleine landbouwers en haalde zich daardoor de woede van de heersende maffiaclans op de hals. Op 10 maart 1948 verdween hij, kort na een nieuwe landbezettingsactie.
De maffia zou hem vermoord hebben en in een hol in de berg Rocca Busambra gesmeten hebben. Uit Corleone zijn verschillende dons afkomstig, onder hen ook Salvatore 'Totò' Riina. De maffia zou na 1945 driehonderd mensen vermoord hebben.
Stoffelijk overschot pas in 2009 gevonden
Familie en vrienden van Rizzotto bleven een opheldering van zijn dood vragen. Vooral zijn gelijknamige neef had daarvoor geijverd. Er liggen maffiabazen op het kerkhof van Corleone, maar er is geen graf voor mijn oom, zei hij herhaaldelijk volgens mediaberichten. In 2009 werden beenderen gevonden, die onlangs door dna-tests werden geïdentificeerd als het stoffelijk overschot van Rizzotto.
Gisteren herdacht Italië de moord op onderzoeksrechter Giovanni Falcone. De georganiseerde misdaad blijft een groot probleem voor de samenleving en de democratie in Italië, zei Napolitano nog.