Vande Lanotte tevreden over minimumloon voor Duitse vleessector
Minister van Economie Johan Vande Lanotte en de Federatie van het Belgische Vlees (Febev) reageren positief op het akkoord dat de vier grootste Duitse vleesbedrijven met de vakbond hebben gesloten om een minimumuurloon van 8,5 euro in te voeren. Daarmee wil de sector een einde maken aan de sociale misstanden waartegen onder andere ons land fel protesteerde, zo schrijft de financiële krant De Tijd vandaag.
In juni zond de Duitse zender ARD een reportage uit waaruit bleek dat veel arbeiders gemakkelijk 60 uur per week werkten tegen amper 3 euro per uur. Het ging vaak om Oost-Europeanen die onder valse voorwaarden waren geronseld door obscure koppelbazen. De Belgische vleessector kreeg het bijzonder zwaar door deze wanpraktijken. Minister van Economie Vande Lanotte had oor voor de klachten van de sector en stapte zelfs naar de Europese Commissie. Maar die antwoordde dat Europa lidstaten niet kan verplichten een minimumloon in te voeren.
Onmogelijke concurrentie
Voor Johan Vande Lanotte is de invoering van een minimumuurloon een belangrijke stap vooruit, zo zei hij in het VRT-radionieuws. Omdat er in de Duitse vleessector geen regels waren, was normale concurrentie bijna onmogelijk. Bovendien waren de werkomstandigheden onaanvaardbaar.
Niche
Febev reageert in De Tijd tevreden op het Duitse akkoord, maar wijst erop dat de loonkost in ons land nog veel te hoog is. "De vleesverwerking met veel handenarbeid zijn we voorgoed kwijt aan de Duitsers", zegt Thierry Smagghe van Febev. De Belgische vleessector ziet enkel nog toekomst in de kwalitatieve nichemarkten en de voedselveiligheid. "Er zijn een aantal maatregelen nodig om de sector in eigen land concurrentiëler te maken", erkende minister Vande Lanotte.