Verdachte aanslag Joods Museum ontkent schuld
Mehdi Nemmouche, de verdachte van de aanslag op het Joods Museum in Brussel, ontkent dat hij de dader is. Hij heeft de zak met wapens die hij in zijn bezit had bij zijn arrestatie in Marseille naar eigen zeggen gestolen. Dat heeft zijn advocaat Apolin Pepiezep gezegd op de Franse nieuwszender i>TELE. Eerder op de dag werd al bekend dat Nemmouche weigert om aan België te worden uitgeleverd. De advocaat stelt alle wettelijke middelen in zijn bezit te willen gebruiken om te verhinderen dat zijn cliënt voor een Belgische rechtbank moet verschijnen.
Nemmouche werd vorige week vrijdag opgepakt bij een douanecontrole in Marseille toen hij van de bus uit Brussel stapte. Hij had een zak met wapens bij zich en een fototoestel met daarop een filmpje. Daarin spreekt de Fransman over de aanslag en zijn de wapens te zien die hij daarbij zou gebruikt hebben.
Volgens zijn advocaat heeft Nemmouche tijdens zijn verhoor gezegd dat "hij de wapens gestolen heeft in een wagen in België. Beschuldigt men hem vandaag van diefstal of moord?", aldus Pepiezep. "Als het gaat om diefstal, is er geen probleem omdat hij in het bezit is van de gestolen voorwerpen". Wat betreft de beschuldiging van moord, meent de advocaat dat er momenteel daarover nog "twijfel" bestaat.
"Tonen dat hij het niet is"
"Wellicht zijn de wapens in zijn bezit gestolen. Hij was van plan ze in Marseille door te verkopen", aldus Pepiezep. "Wij denken dus dat het Franse gerecht dit dossier naar zich toe kan trekken en wel degelijk bevoegd is om Nemmouche te berechten voor het illegale bezit van wapens."
Volgens zijn advocaat wijst niets er vandaag op dat de Fransman de dader is van de aanslag op het Joods Museum. "We willen vechten om aan te tonen dat hij het niet is."
Milquet legt bloemenkrans neer
Minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet en haar Franse ambtgenoot Bernard Cazeneuve legden vandaag een bloemenkrans neer voor het museum. "Fransen en Belgen worden verenigd door het verdriet van vandaag", verklaarde Cazeneuve. De Franse minister noemde daders van dergelijke misdrijven "vijanden van de mensheid". "Het geweld en de haat die ons bedreigen eindigen niet aan de grenzen", klonk het. De minister verheugde zich wel in de goede samenwerking tussen beide landen rond het dossier.
Milquet verklaarde dat de aanwezigheid van beide regeringsleden moet worden gezien als "een daad van verontwaardiging, van medeleven met de joodse gemeenschap en van vastberadenheid om het terrorisme en radicalisme een halt toe te roepen".