Vier Maastrichtse coffeeshophouders voor de rechter
Tegen vier Maastrichtse coffeeshopeigenaren zijn vandaag boetes, werkstraffen en voorwaardelijke celstraffen geëist voor de verkoop van softdrugs aan buitenlanders. De officier van justitie vroeg boetes van 5.000 euro, werkstraffen van 150 uur plus een maand voorwaardelijke celstraf. Hij kondigde bovendien aan dat hij criminele winst nog wil terugeisen van de coffeeshopexploitanten. Tegen drie personeelsleden werd 100 uur werkstraf en twee weken voorwaardelijke celstraf geëist.
De verdachten werden begin mei aangehouden tijdens controles in de coffeeshops Mississippi, Kosbor en Smokey. Ze hebben een allereerste strafzaak over de verkoop aan buitenlanders uitgelokt, erkenden ze volmondig. "We hebben heel lang geprobeerd om bij deze rechtbank te komen. We hebben dit moeten doen. Wij vinden artikel 1 van de grondwet tegen discriminatie belangrijker dan een aanwijzing van de minister die in de rest van het land niet wordt gehandhaafd", vatte de eigenaar van coffeeshop Smokey samen.
Richtinggevende uitspraak
Van de rechtbank in Limburg wordt als ultieme oplossing verwacht dat die een knoop doorhakt en een richtinggevende uitspraak doet, erkende de officier van justitie Leonard Geuns. "Het is wellicht een proefproces, maar geen nepproces. De wet moet duidelijk zijn." De aanklager meent dat de coffeeshops het moeten doen met de landelijk geldende gedoogcriteria. Als ze het er niet mee eens zijn, moeten ze de gemeenteraad of Tweede Kamer mobiliseren, zei hij.
Overlast
Het Openbaar Ministerie in Limburg vindt dat het verbod op verkoop aan buitenlanders tot het gewenste resultaat heeft geleid: de overlast is minder geworden, aldus de officier. "Burgemeester Onno Hoes van Maastricht verdient steun. Zijn beleid spreekt ons aan."