Vier PKK-strijders in Oost-Turkije gedood
Bij gevechten in het oosten van Turkije heeft het regeringsleger vier strijders van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK gedood. Daarbij werden voor het eerst bij Koerdische rebellen in Turkije luchtdoelraketten in beslag genomen, die tegen helikopters en gepantserde voertuigen werden gebruikt. De gevechten in de omgeving van het dorpje Atlanti in de provincie Tunceli duurden enkele uren.
Turkije, de EU en de VS beschouwen de PKK als een terreurorganisatie. Koerdische organisaties klagen over een systematische discriminatie van hun bevolkingsgroep door de Turkse staat.
Inmiddels spant de Turkse regering zich in om de al weken durende hongerstaking van Koerdische gevangenen te beëindigen. Justitieminister Sadullah Ergin bezocht daarom woensdag de Sincan-gevangenis bij Ankara.
Honderden Koerdische gevangenen weigeren in meer dan 50 gevangenissen elk vorm van voedsel tot zich te nemen. Ze eisen met hun protest de invrijheidstelling van de opgesloten PKK-leider Abdullah Öcalan en onderhandelingen met hem. Dat meldde het aan de PKK gelinkte persagentschap Firat. Bovendien willen ze de volledige erkenning van het Koerdisch als taal in het openbare leven, het onderwijs en rechtszittingen.