Vlaggenkwestie veroorzaakt nog altijd incidenten in Belfast
In het Noord-Ierse Belfast is het vandaag opnieuw tot incidenten gekomen na een betoging van protestanten. Een 38-jarige man werd opgepakt voor poging tot doodslag. Twaalf anderen werden in verdenking gesteld voor openbare ordeverstoring. In de stad wordt al enkele dagen gemanifesteerd tegen de beslissing van de gemeenteraad om de Britse vlag niet langer permanent aan het stadhuis te laten wapperen.
Zo'n 1.000 protestanten kwam vandaag bijeen aan het stadhuis van Belfast en zwaaiden er met de Union Jack, zoals de Britse vlag ook wel genoemd wordt.
Toen de bijeenkomst werd ontbonden, begonnen de problemen.
Een 100-tal personen begon met projectielen naar de politie te gooien. Ook werd er in de richting van de politie geschoten.
Die maakte op haar beurt gebruik van een waterkanon. Daarbij vielen geen gewonden, al kondigde de politie wel een onderzoek aan na getuigenissen van agenten dat er in hun richting werd geschoten.
Een 38-jarige man werd aangehouden. "De eisen, welke ook, zijn een verloren zaak wanneer diegenen die erachter staan, anderen misbruik laten maken van een manifestatie voor een poging tot doodslag", hekelde Conall McDevitt van de partij SDLP, die dichtbij de katholieke republikeinen staat.
Vorige nacht raakten al negen agenten gewond bij gelijkaardige incidenten, terwijl daags voordien tien agenten gewond raakten.
Traditioneel steunen de protestanten de vereniging van Noord-Ierland met het Verenigd Koninkrijk, wat de katholieken uitdrukkelijk niét willen.
De Noord-Ierse premier Peter Robinson van de unionistische partij DUP noemde het geweld al onverdedigbaar. "De verantwoordelijken schaden de zaak die ze zeggen te verdedigen", verklaarde hij.