Vliegtuigen zoeken morgen verder naar 'sporen' MH370
Australische en Amerikaanse legervliegtuigen zijn er nog niet in geslaagd de mogelijke brokstukken van vlucht MH370 te lokaliseren in het zuiden van de Indische Oceaan. Slecht weer bemoeilijkte de operatie. Die ligt nu stil omdat het nacht is en te donker om verder te zoeken, zo meldt de Australische Maritieme Safety Authority (AMSA), die de zoekactie coördineert. De expeditie naar de vermiste Boeing zal morgenochtend (plaatselijke tijd) worden hervat. Schepen zoeken in het donker wél verder naar de twee verdachte objecten.
De AMSA ontving de satellietbeelden van de vermoedelijke brokstukken vanmorgen vroeg. Ze zijn afkomstig van commerciële satellieten die de objecten maandag vastlegden. De afgelopen dagen werden de beelden geanalyseerd door de Australische Geospatial Intelligence Organisation.
De mogelijke brokstukken van het al dertien dagen vermiste toestel van Malaysia Airlines werden gespot op 2.660 kilometer ten zuidwesten van de Australische stad Perth en 2.253 kilometer ten noordoosten van de Zuidpool, in een van de meest geïsoleerde gedeelten van de Indische Oceaan.
Omdat het aan de andere kant van de wereld intussen nacht is, hebben de vliegtuigen hun zoekactie voorlopig gestaakt. Morgenochtend (lokale tijd) wordt ze hervat.
Twee Orions AP-3C van de Australische luchtmacht en eenzelfde type toestel van de Nieuw-Zeelandse luchtmacht doorkruisten vandaag het gebied waar de objecten gezien zijn. Een Poseidon P-8 van de Amerikaanse marine vloog eveneens rond in het gebied, dat zo'n 23.000 vierkante kilometer groot is. Het toestel wist de mogelijke brokstukken evenmin te lokaliseren.
Volgens een Amerikaanse verslaggever aan boord van het marinetoestel gaf de radar aan dat er wel iets in zee drijft. De weersomstandigheden waren echter een spelbreker. Regen en laaghangende bewolking beperkten het zicht.
Een Noors autoschip zoekt de komende nacht wel verder. Het was op weg van Madagaskar naar Australië en voer op verzoek van de AMSA naar het bewuste gebied. Het vrachtschip, de Hoegh St. Petersburg, doorzoekt een zone van zo'n 100 kilometer, zo is vernomen op een persconferentie van de rederij Höegh.
"Het schip komt slechts langzaam vooruit omdat het daar middenin de nacht is", zei een woordvoerder. De bemanning handelt op aanwijzingen van de Australische autoriteiten. De intensieve zoektocht begint bij dageraad. "Momenteel wordt een beperkte zoekactie gehouden", klonk het.
Een tweede koopvaardijschip en de HMAS Success van de Australische marine zijn nog onderweg naar het gebied.
Op een persconferentie zei de AMSA dat de brokstukken redelijkerwijs aan het vliegtuig kunnen gelinkt worden, gezien de afmetingen. Eén brokstuk zou zo'n 24 meter groot zijn, het andere is kleiner. In de buurt zouden nog meer 'verdachte' voorwerpen drijven.
De grootte van het object doet vermoeden dat het gaat om een stuk van de vleugel of romp van de Boeing 777-200, zei de Maleisische luchtvaartanalist doctor Ahmad Shamshuri Mokhtar in Maleisische media. "Een brokstuk van dat formaat wijst erop dat het vliegtuig een zachte landing maakte. Als het van grote hoogte naar beneden was gestort dan zou het in stukken zijn uiteengespat."
De Maleisische minister van Transport bevestigde de mogelijke doorbraak en noemde de piste "geloofwaardig". "Ik kan bevestigen dat we een nieuwe aanwijzing hebben", zei Hishammoeddin Hoessein eerder vandaag tijdens zijn dagelijkse persconferentie op de luchthaven van Kuala Lumpur.
China volgt de zoektocht naar mogelijke brokstukken ondertussen met "grote aandacht". "We bieden Australië onze hulp aan", klonk het in een mededeling van Hong Lei, de woordvoerder van Buitenlandse Zaken.
Meer dan 150 van de 239 mensen aan boord van het verdwenen vliegtuig zijn Chinezen.