VN: "Beide kampen in Zuid-Soedan schuldig aan gruwelijke feiten"
Beide kampen in het conflict in Zuid-Soedan hebben gruwelijke feiten op hun kerfstok volgens VN-inspecteur Ivan Simonovic, die op de naleving van de mensenrechten in het Afrikaanse land toeziet. Simonovic sprak over de situatie in Zuid-Soedan in een interview met de Britse openbare omroep BBC.
In het interview noemt VN-inspecteur Ivan Simonovic de steden Bor en Bentiu "spooksteden". Simonovic deed de uitspraak na een bezoek aan Zuid-Soedan. Hij bezocht de regio om een rapport op te stellen voor de VN.
Duizenden mensen zijn om het leven gebracht in de voorbije maanden in het conflict tussen de huidige regering en opstandelingen. "Het niveau van de gruwelijkheden verschilt naargelang de plaats waar ze gebeurden", zei Simonovic.
"De stad Bor is leeg en Bentiu is van de kaart geveegd, niet alleen geplunderd, maar ook platgebrand", zei Simonovic aan de BBC. "Burgers vind je alleen nog in vluchtelingenkampen."
Simonovic spreekt van "massamoorden, terechtstellingen zonder vorm van proces, willekeurige gevangenzetting, kidnappings, seksueel geweld, wijdverspreide vernielingen van eigendommen en het inzetten van kinderen bij het oorlogsgeweld."
Simonovic zei dat zijn rapport over enkele weken wordt gepubliceerd. Intussen liet Artsen Zonder Grenzen weten dat zij hun hulpverlening in de stad moest staken nadat de gebouwen van de organisatie geplunderd waren.
Het conflict begon op 15 december, toen president Salva Kiir zijn vroegere rechterhand Riek Machar beschuldigde van een samenzwering. Deze laatste ontkent dat. Daarop volgden etnische moordpartijen. Kiir behoort tot de Dinka-stam, de grootste in het land, terwijl Machar deel uitmaakt van de Nuer-stam.