VN prijst België voor hulp in Libië
De VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR "prijst" de medewerking die landen als België verlenen aan de grootschalige evacuatie van vluchtelingen uit Libië. De situatie aan de grenzen met Egypte en Tunesië "is verbeterd, maar er zijn meer vliegtuigen en schepen nodig om iedereen te repatriëren", zegt Wilbert van Hövell, de regionale vertegenwoordiger van UNHCR voor West-Europa.
Een vliegtuig van het Belgische leger bracht maandag 256 Egyptische gastarbeiders vanop het Tunesische eiland Djerba naar Caïro. Het was de eerste vlucht die het Belgische leger uitvoerde in het kader van de luchtbrug die werd ingesteld voor de repatriëring van mensen die het geweld in Libië ontvluchten. De lidstaten van de Europese Unie hebben tientallen vliegtuigen en schepen ingezet om vluchtelingen vanuit Tunesië te evacueren.
"We zijn dankbaar dat België solidariteit toont met de vele mensen die reeds dagen in erbarmelijke omstandigheden wachten om naar huis terug te keren", zegt van Hövell vandaag in een mededeling. De repatriëring van mensen naar Egypte moet worden voortgezet, maar er is ook "grote nood aan langeafstandsvluchten naar Bangladesh en andere landen in Azië en sub-Saharisch Afrika", voegt de UNHCR-vertegenwoordiger eraan toe.
Volgens de VN-Vluchtelingenorganisatie zijn tot dusver 212.000 mensen op de vlucht geslagen voor het geweld in Libië, van wie 112.169 de wijk namen naar Tunesië (ruim 19.000 Tunesiërs en minstens 45.000 Egyptenaren), 98.188 naar Egypte (onder wie zo'n 68.000 Egyptenaren) en 2.025 naar Niger. (belga/adb)