VN-rapport stelt dat Syrisch leger aanvallen met chloorgas uitvoerde
VN-deskundigen hebben vastgesteld dat het Syrische leger een chemische aanval in de provincie Idleb (noordwesten Syrië) op 16 maart 2015 uitvoerde.
Voor de twee andere chemische aanvallen, van 24 maart 2015 in Binnish en van 18 april 2014 in Kafr Zita, vonden de deskundigen onvoldoende bewijs om formeel de verantwoordelijken aan te duiden. Dat blijkt uit het vierde vertrouwelijke rapport dat gisteren werd overgemaakt aan de Veiligheidsraad en het Franse persagentschap AFP kon inkijken.
In het voorgaande rapport dat eind augustus werd gepubliceerd door de onderzoekscommissie 'Joint Investigative Mechanism' (JIM) luidde de conclusie dat Syrische legerhelikopters chloorgas verspreidden op minstens twee plaatsen in de provincie Idlib, in het noordwesten van Syrië, in Talmenes op 21 april 2014 en in Sarmin op 16 maart 2015. Het JIM beschuldigde terreurgroep Islamitische Staat (IS) ervan mosterdgas gebruikt te hebben in Marea (Aleppo) op 21 augustus 2015.
Van de negen chemische aanvallen die de JIM bestudeerde die voorkwamen in 2014 en 2015, legden de onderzoekers drie keer de verantwoordelijkheid bij het Syrische regime en een keer bij IS.
Het mandaat van JIM werd verlengd tot eind oktober opdat het zijn onderzoek kan afmaken.
In hun vierde rapport concluderen de onderzoekers dat er nu "voldoende informatie is om te concluderen dat het incident (op 16 maart 2015) veroorzaakt werd door een helikopter van het Syrische leger".
Op basis van de symptomen die werden waargenomen door de slachtoffers, geloven de onderzoekers dat het om chloorgas kan gaan.
Drie jaar geleden beloofde het Syrische bewind van president Assad alle chemische wapens te zullen vernietigen. De VN kan sancties nemen, tot zelfs een militaire interventie.