Vredesoverleg Syrië loopt vertraging op door voortdurend gekibbel
In Genève zou deze week langverwacht, nieuw vredesoverleg over de oorlog om Syrië moeten starten. Het begin van die gesprekken was gepland voor morgen, maar die deadline wordt niet gehaald. Reden: het voortdurende gekibbel tussen de vele bij het conflict betrokken landen over wie nu precies aan tafel mag plaatsnemen als "oppositie" en wie als "jihadist" moet wegblijven.
Net als in andere conflicten is de vrijheidsstrijder van de ene de terrorist voor de andere. Om de mayonaise te doen pakken, plegen de Amerikanen voorafgaand overleg met de bondgenoten: vicepresident Joe Biden in Turkije en Secretary of State John Kerry in Saoedi-Arabië. De kans dat Genève een oplossing biedt, is sowieso klein: alle partijen weigeren water bij de wijn te doen.
Kernpunt is dus de samenstelling van de delegatie van de oppositie. Rusland, dat de regering in Damascus steunt, wil ter zake een vinger in de pap, maar dat wordt hen door de door de Saoedi's tot legitieme oppositie uitgeroepen rebellengroepen niet gegund. Moskou wil figuren van de binnenlandse Syrische oppositie in Genève, maar dat kan niet voor de rebellen die een door Assad getolereerde oppositie weigeren te erkennen.
Saoedi-Arabië
In december stelde Saoedi-Arabië, één van de grote sponsors van de anti-Assadgroeperingen, in Riyad een "comité" samen dat over de delegatie mocht beslissen. Dat comité heeft, niet te verwonderen, dezelfde wahabistische/ salafistische overtuigingen als het Saoedische koningshuis. Binnen die oppositie, de Syrische Nationale Coalitie, wordt George Sabra als de "leider" beschouwd. De Saoedi's beschouwen zichzelf als de -politieke en spirituele- regionale grootmacht, en willen de sjiitische halvemaan (Syrië, het Libanese Hezbollah en vooral aartsvijand Iran) dwarszitten. Kerry moet in Riyad de Saoedi's geruststellen dat Irans rol in Syrië beperkt zal blijven. Mogelijk betokkelt hij bij de oliesjeiks ook de beschuldigingen dat Riyad en Islamitische Staat niet echt vijanden van elkaar zijn.
Turkije en VS
Maar ook tussen Turkije en de VS bestaat onenigheid. Washington steunt de Syrische Koerden, verenigd in de partij PYD en met de Koerdische Volksbeschermingseenheden YPG als militaire arm. Voor Ankara zijn alle Koerden (behalve de Iraakse) vijanden wegens hun verlangen om een onafhankelijk Koerdistan te vestigen. Biden liet zaterdag weten dat het optreden van de Turkse staat tegen de PKK voor Washington OK is, maar de YPG vormen dan weer geen "existentiële bedreiging" voor de Turkse staat. Bovendien was de recente overwinning op IS in de Syrisch-Turkse grensstreek vooral het werk van de Koerden. Voor Ankara leverde de YPG zelfs een te goede prestatie.
Opposities
VN-bemiddelaar Staffan de Mistura heeft zich al beklaagd dat "sommige" landen zich te veel met de zaak bemoeien en het vredesproces aldus afremmen. Dat geldt met name voor Saoedi-Arabië en zijn sponsors, dat "hun" oppositie absoluut wil gelijkstellen met "de" oppositie. Die oppositie heeft de kwalijke gewoonte, voorwaarden te stellen die alle overleg bij voorbaat onmogelijk maken. Praten, ja, maar eerst moet Assad weg. Of: enkel praten als de Russen zijn opgehoepeld. Bovendien zitten ook de milities Ahrar al-Sham en Leger van Islam in de oppositiecoalitie, jihadisten die moeilijk als "gematigd" kunnen doorgaan.
Naar verluidt heeft de Mistura een oplossing klaar. De VN-diplomaat zou twee oppositiedelegaties naar Genève uitnodigen. Het compromis houdt in dat Moskou zich niet meer verzet tegen de aanwezigheid van de Army of Islam, terwijl de Saoedi's zich erbij moeten neerleggen dat zij niet de enige leverancier van oppositieleden zijn.