Waarom jihadisten nu ook Tunesië in wurggreep houden
Tunesië werd, tot voor gisteren, bejubeld als het enige succesverhaal van de Arabische Lente. De zachte 'Jasmijnrevolutie' die in 2011 de corrupte president Zine al-Abidine Ben Ali onttroonde, leidde er tot democratische verkiezingen en een seculiere staatsinrichting. Tunesië werd zo de bakermat van de Arabische Lente. Maar het kleine Noord-Afrikaanse land heeft ook een ernstig probleem met moslimextremisten. Dat werd gisteren pijnlijk duidelijk met de aanslag op het Bardomuseum in Tunis, waarbij twintig doden vielen, voornamelijk Europese toeristen. Volgens experts is de link met Islamitische Staat nergens sterker dan in Tunesië. De kern van het probleem ligt bij de onrust in buurland Libië. Europa moet daar ingrijpen, stellen specialisten. "Dit is pas het begin", waarschuwt Koert Debeuf, politiek analist in de Arabische wereld.
Hoewel de aanslag van gisteren de signatuur draagt van Islamitische Staat (IS) en reacties op sociale media ook in die richting wijzen, is de aanslag nog niet opgeëist.
Ansar al-Sharia
Er zijn ook andere extremistische bewegingen actief in Tunesië. De onrust in Libië zorgt ervoor dat islamitische militanten de poreuze grens met Tunesië kunnen oversteken of wapens smokkelen naar gelijkgezinde extremisten. Zoals de groepering Ansar al-Sharia, die niet alleen in Tunesië maar in de hele Maghreb vertakkingen heeft. Ansar al-Sharia werd pas in 2013 verboden, na moordaanslagen op twee seculiere politici en de aanslag met vier doden op de Amerikaanse ambassade in Tunis. De toen regerende Ennahda-partij, een gematigde islamitische organisatie zoals de Moslimbroederschap in Egypte, kreeg toen de kritiek dat ze de dreiging van moslimextremisten onderschatte.
Al-Qaida
Ook al-Qaida is al meer dan tien jaar actief in Tunesië, onder verschillende namen. In 2002 eisten ze een aanslag op een synagoge op het Tunesische eiland Djerba op, waarbij 14 Duitse toeristen de dood vonden. De jongste maanden is al-Qaida echter verdrongen door salafistische organisaties die hun steun betuigen aan IS.
Eerder deze week verklaarden de Tunesische autoriteiten dat ze een cel hadden opgerold die jihadi's recruteerde om te gaan strijden in Libië. Ahmed Rouissi, topfiguur bij Ansar al-Sharia, werd toen gedood in de buurt van Sirte, de thuisstad van Kadhafi.
De onrust in Libië zorgt ervoor dat islamitische militanten de poreuze grens met Tunesië kunnen oversteken of wapens smokkelen naar gelijkgezinde extremisten.
Meer Syriëstrijders dan eender welk Arabisch land
Tunesische jihadstrijders zijn in Syrië gaan vechten tegen president Assad. Het land leverde naar schatting 3.000 strijders, meer dan eender welk Arabisch land, waarvan er veel in de rangen van IS belandden. Duizenden anderen kregen een reisverbod opgelegd, zo stelt het ministerie van Binnenlandse Zaken. De route van de jihadisten leidde vaak langs trainingskampen in Libië.
Onderzoek heeft aangetoond dat de Tunesische jihadi's niet noodzakelijk uit het arme binnenland komen. Het gaat vaak om universitair geschoolden uit de welvarende kuststrook die hun libertijnse en seculiere levensstijl opgaven en - vaak door online campagnes ) radicaliseerden vooraleer ze naar Syrië vertrokken.
"Dit is pas het begin"
Volgens Koert Debeuf, politiek analist in de Arabische wereld, is de aanslag van gisteren het werk van IS. "Na Parijs heb ik het meermaals gezegd en geschreven: dit is pas het begin. Je mag de impact van toespraken als die van IS-woordvoerder Mohammed al-Adnani niet onderschatten. Die riep aanhangers wereldwijd op om alle westerlingen, alle niet-gelovige moslims en al wie het niet met hen eens is, te doden", stelt hij in De Morgen.
"De link tussen Tunesië en IS in Syrië is sterker dan waar ook ter wereld. Het land kende altijd al een harde kern van conservatieve islamisten. Een deel daarvan is na de opstand en door het stabiele, progressieve politieke klimaat sneller geradicaliseerd en weggetrokken."
Na Parijs heb ik het meermaals gezegd en geschreven: dit is pas het begin. Je mag de impact van toespraken als die van IS-woordvoerder Mohammed al-Adnani niet onderschatten. Die riep aanhangers wereldwijd op om alle westerlingen, alle niet-gelovige moslims en al wie het niet met hen eens is, te doden
Stabiliteit in Libië
Volgens Debeuf is het belangrijk dat Europa, samen met de Arabische landen, ingrijpt in Libië. "Zolang daar niet voor stabiliteit en rust wordt gezorgd, zijn omringende landen zoals Tunesië, Algerije en Egypte ernstig in gevaar en kan de chaos zo overslaan. Europa moet daar trouwens ook voor vrezen".
Toeristen als doelwit
Dat westerse toeristen gisteren het doelwit waren, is voor experts ook geen verrassing. De jihadisten hopen met aanslagen in toeristische centra de economie, die zwaar op het toerisme steunt, te ontwrichten. In oktober 2013 liet een zelfmoordterrorist zijn lading explosieven ontploffen op een strand in het toeristische Sousse. De man was er niet in geslaagd een nabijgelegen hotel binnen te dringen, liep naar het strand en blies zichzelf op. Er vielen geen andere gewonden.
"Ze slaan op het juiste moment en op de juiste plek toe", stelt Noord-Afrikaspecialist Frances Ghiles in The Guardian. "Het toeristisch seizoen is net begonnen. Vorig jaar begon het toerisme weer te floreren en verliepen de verkiezingen zonder problemen. Met deze aanslag richten ze zich tegelijk op het toerisme én de democratie. Heel wat moslimextremisten willen het Tunesisch democratisch experiment laten ontsporen. Dit bewijst dat die kanker niet meteen zal verdwijnen".
Debeuf: "Het verstrengen van de reisadviezen zou een drama zijn. Tunesië wordt nu eindelijk als een stabiel, open en vooruitstrevend land beschouwd. In Frankrijk zijn na de aanslagen de adviezen toch ook niet verscherpt? De kans dat de bliksem twee keer op dezelfde plaats inslaat, is heel klein."
Het toeristisch seizoen is net begonnen. Vorig jaar begon het toerisme weer te floreren en verliepen de verkiezingen zonder problemen. Met deze aanslag richten ze zich tegelijk op het toerisme én de democratie. Heel wat moslimextremisten willen het Tunesisch democratisch experiment laten ontsporen. Dit bewijst dat die kanker niet meteen zal verdwijnen