Wapenstilstand wankelt: doden bij Syrische luchtaanvallen
Aanvallen van Syrische regeringsstrijdkrachten op gebieden die in handen van rebellen zijn hebben volgens activisten zaterdag aan minstens 25 mensen het leven gekost, het merendeel burgers.
Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in Groot-Brittannië meldde dat dertien doden vielen bij beschietingen van rebellenbolwerken in Ghouta, een voorstad van Damascus. Onder de doden zouden drie vrouwen en twee kinderen zijn. Nog eens twaalf mensen kwamen om bij luchtaanvallen op een woonwijk en een markt in Aleppo, berichtte het door activisten gerunde mediacentrum.
Het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken maakte melding van mortierbeschietingen in twee wijken in de hoofdstad Damascus. Volgens staatspersbureau SANA kwam één kind om het leven. Het is één van de eerste keren dat er bij de Syrische stad mortieren zijn afgestoken sinds er eind februari een wapenstilstand inging.
Escalatie
Westerse functionarissen waarschuwden deze week dat het fragiele bestand op instorten staat, zeker sinds de vredesbesprekingen escaleerden. Een oppositiegroep liep weg bij de gesprekken in Genève, omdat het Syrische leger niet ophoudt met aanvallen. Volgens de regering valt het aan alleen groeperingen aan die de wapenstilstand niet hebben getekend.
Gevechten escaleerden deze week rond Aleppo, Idlib, Latakia en Damascus. Vrijdag kwamen bij luchtaanvallen op Aleppo negentien mensen om het leven.