Wat de CIA in de Koude Oorlog leerde van de nazi's
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog hebben de CIA en de Amerikaanse geheime diensten met de hulp van voormalige nazi-wetenschappers dubieuze ondervragingstechnieken ontwikkeld. Ze gebruikten onder andere lsd als een waarheidsserum bij Sovjetspionnen. Dat blijkt uit het boek 'Operation Paperclip' van Annie Jacobsen, dat deze week gepubliceerd werd.
In 1946 circuleerden binnen het Pentagon uiterst geheime documenten van het militaire adviesorgaan Joint Chiefs of Staff, schrijft Annie Jacobsen in haar boek. Die bereidde zich voor op een totale oorlog met de Sovjets. Er werd zelfs een startdatum vooropgesteld: 1952.
De Amerikanen geloofden dat ze deze oorlog konden winnen, maar niet om de voor de hand liggende redenen.
Sinds het einde van de oorlog waren de VS namelijk bezig met de geheime 'Operatie Paperclip'. Temidden van de ruïnes van het Derde Rijk namen Amerikaanse legerofficieren de wapenmakers van Hitler gevangen, om hen daarna in dienst te nemen. Al snel leefden meer dan 1.600 Duitse mannen en hun families de Amerikaanse droom. En zo maakten het Amerikaanse leger en de inlichtingendiensten kennis met Hitlers meest bedreigende wapens, waaronder saringas en de pest.
LSD
Naarmate de Koude Oorlog vorderde, breidden de Amerikanen hun geheime operatie uit. In 1948 deelde één van Hitlers voormalige chemici, nobelprijswinnaar Richard Kuhn, informatie over een drug die ontwikkeld werd in Zwitserland. Het hallucinogeen had een verbazingwekkend potentieel als oorlogswapen. In documenten die recent ontdekt werden in het museum 'U.S. Army Heritage Center' in Pennsylvania staat te lezen dat Amerikaans brigadier-generaal Charles E. Loucks meteen viel voor deze drug, die op het strijdtoneel kon ingezet worden om mensen onbekwaam te maken in de plaats van ze te doden. Deze drug was Lysergeenzuurdi-ethylamide - of lsd.
Het duurde niet lang om ook de CIA te overtuigen. Samen met de inlichtingendiensten van het leger, de luchtmacht en de marine onderzocht die de mogelijkheden om de drug ook naast het strijdtoneel te gebruiken om menselijk gedrag te manipuleren. In een uitloper van 'Operatie Paperclip' werd in het clandestiene Camp King, in de Amerikaanse zone van het bezette Duitsland, één van de meest schandelijke, geheime ondervragingsprogramma's van de Koude Oorlog opgestart. De leidende arts in de faciliteit was Dr. Kurt Blome, die in nazi-Duitsland belast was met het uitrollen van de pest als wapen. De CIA en het ministerie van Defensie zijn nooit volledig verantwoordelijk gesteld voor de activiteiten die tussen 1946 en de late jaren 1950 in Camp King plaatsvonden.
Ondervragingstechnieken
In 1945 was Camp King bewoond door gevangengenomen nazi's, maar tegen 1948 waren de meeste gevangenen spionnen uit de Sovjet-Unie. De CIA was er inmiddels van overtuigd dat de Sovjet-Unie bezig was met de ontwikkeling van geavanceerde ondervragingstechnieken. Sinds het einde van de oorlog hadden de Verenigde Staten - met de hulp van de nazi's - geavanceerde reddingsprogramma's ontwikkeld, maar ook de Sovjets hadden op dit vlak niet stilgezeten. Als een neergehaalde piloot of soldaat bevrijd en gevangen zou worden door de Russen, zou die bijna zeker onderworpen worden aan de niet-conventionele ondervragingstechnieken van de Sovjets. In een poging te achterhalen welke technieken dat zouden zijn, werd in Camp King een onderzoeksprogramma opgestart - 'Operation Bluebird'.
Aanvankelijk werd de officiers voorgeschreven enkel "speciale methodes toe te passen met als doen de Russische praktijken te evalueren". Maar het duurde niet lang voor de CIA zelf doorgedreven ondervragingstechnieken begon te ontwikkelen. Uit documenten blijkt dat de CIA de drug lsd als een potentieel waarheidsserum zag. Het lsd-programma werd uitgebreid en kreeg de naam 'Artichoke'. Andere intelligentiediensten kwamen mee aan boord om te helpen bij het controversiële experiment. In hun voetspoor volgden nazi-wetenschappers van 'Operatie Paperclip'.
Hypnose en shocktherapie
Ook in Camp Detrick in Maryland werd verder onderzoek gedaan naar de chemie van gedragsveranderende drugs. Wetenschappers werden verzameld in de 'Special Operations Division' van de CIA. Behalve hen wist niemand welke geheime praktijken plaatsvonden in het kantoorgebouw Building No. 439.
Eén van hen was Dr. Frank Olson, een voormalig legerofficier en bacteriologist wiens plotse dood door lsd-vergiftiging in 1953 bijna het einde betekende van de CIA. Zijn opdracht: onconventionele ondervragingstechnieken toepassen op Sovjetgevangenen, met inbegrip van lsd. In geheime documenten, die later uitgelekt zijn, was naast het gebruik van drugs ook sprake van hypnose en shocktherapie.
Van 4 tot 18 juni 1952 paste een team van de CIA 'Artichoke'-technieken toe in een onderduikadres met de naam 'Waldorf'. De twee ondervraagden waren ervaren agenten en werden ervan verdacht te spioneren voor de Sovjet-Unie. In een memo hierover staat te lezen: "Een kleine dosis drugs, in combinatie met hypnose, bracht de ondervraagden in een trance. De ondervraging duurde ongeveer een uur en veertig minuten, waarna de twee zich niets herinnerden."
Het plan was simpel: drogeer de spionnen, ondervraag ze en zorg ervoor dat ze zich niets herinneren. Maar het programma leverde een twijfelachtig resultaat op en evolueerde tot een van de meest beruchte programma's van de Koude Oorlog: MK-ULTRA.