Wat hebben de Golfstaten te bieden in de strijd tegen IS?
De Amerikaanse president Barack Obama hamert op het belang van de regionale partners in de strijd tegen de radicale terreurgroep IS. Maar de leiders van de Golfstaten staan niet te springen om zich met 'boots on the ground' in het conflict te gooien.
De Islamitische Staat (IS) staat letterlijk aan de grenzen van de Golfstaten. Die staten hebben er dus alle belang bij om de radicale terreurgroep terug te dringen, maar die Arabische landen staan niet te springen om zich met man en macht in het conflict te storten. Meer dan assisteren zit er voorlopig niet in.
In militaire termen maakt het eigenlijk niet veel uit of de Golfstaten meehelpen tegen IS. De website Global Firepower berekent de slagkracht van het leger en rangschikt ze vervolgens in een lijstje. De eerste Golfstaat die opduikt in die lijst is Saoedi-Arabië, op plaats 25. Dat is slechts een plaats hoger dan Syrië, maar wel tien plaatsen hoger dan ons land.
Golfstaten stellen weinig voor
De andere leden van de 'coalition of the willing' doen het betrekkelijk slechter: Verenigde Arabische Emiraten (42), Jemen (45), Oman (69), Koeweit (74), Bahrein (81) en Qatar (82). Nochtans kopen de rijke oliestaten enorme hoeveelheden wapens van de Verenigde Staten en Europa. Saoedi-Arabië staat zelfs op de vierde plaats qua militaire uitgaven. Maar zoals de andere Golfstaten hebben ze weinig gevechtservaring. De Arabische landen hun aandeel in VN-missies ook redelijk klein. Ook tijdens het afdwingen van de no-fly zone in Libië lag de zwaarste last op het Westen. Daarom zijn ze er niet echt voor te vinden om militairen naar oorlogsgebied te sturen.
Turken spelen niet mee
Maar naast de Golfstaten zijn er nog enkele andere Arabische partners van de VS zoals Egypte (13) en Turkije (8). Egypte staat een pak hoger dan Saoedi-Arabië, maar de slagkracht van het leger is volgens ingewijden twijfelachtig. Turkije staat zeer hoog op de lijst, maar wil niet deelnemen aan de NAVO-missie tegen IS.
Politieke steun
Maar het is wel belangrijk dat de Amerikaanse president Barack Obama politieke steun krijgt van regionale partners. Al probeert hij wel met generaal John Allen de Golfstaten te overtuigen van een bredere militaire deelname in het conflict. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry tracht de coalitie ook te versterken met een duidelijke boodschap: dit is jullie oorlog. De VS wil wel nog een leidersrol innemen op het geopolitieke strijdtoneel, maar de jaren dat de VS fungeerde als wereldpolitie is wellicht voorbij. De leiders van die landen moet de oorlog tegen IS weliswaar ook nog verkocht krijgen aan hun bevolking. Net zoals Obama zullen ze er alles aan doen om de inzet van grondtroepen te vermijden. De Amerikanen weten dat ook en proberen hen te overtuigen om samen luchtaanvallen uit te voeren.