WHO vreest ziekte-uitbraken in Venezuela na zware aardbeving
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vreest voor ziekte-uitbraken in Venezuela, een week na de dubbele aardbeving. Volgens de VN-organisatie schiet ook de registratie van slachtoffers en vermisten tekort.
KIJK. Vijf dagen na aardbeving in Venezuela halen reddingswerkers hondje onder puin vandaan
“De gezondheidsdiensten staan onder extreme druk en medische centra overschrijden hun capaciteit door de massale instroom van traumapatiënten”, verklaarde WHO-woordvoerder Christian Lindmeier dinsdag tijdens een persconferentie in Genève.
De voorlopige dodentol van de dubbele aardbeving staat op 1.719 doden en 5.034 gewonden, aldus Jorge Rodriguez, voorzitter van de Nationale Assemblee van Venezuela. Volgens de Verenigde Naties zijn nog zowat 50.000 mensen vermist.
Vaccinatie
Lindmeier waarschuwde voor een verhoogd risico op ziekte-uitbraken. Door de verstoring van gezondheidsdiensten, waterleidingen en sanitaire voorzieningen dreigen ziektes als mazelen, difterie en kinkhoest zich sneller te verspreiden. Bovendien kan de situatie de verspreiding versnellen van ziektes die via water of insecten worden overgedragen, zoals gele koorts, dengue, chikungunya, zika en malaria.
KIJK. Levende baby onder puin gevonden, 32 uur na aardbevingen in Venezuela
Lindmeier zei ook dat volgens de Venezolaanse interim-presidente Delcy Rodriguez 38 ziekenhuizen schade hebben opgelopen. Op 27 juni had de WHO situatierapporten ontvangen van 21 zorginstellingen in Caracas, La Guaira, Miranda en Falcon. Drie daarvan verkeren in kritieke toestand en zes hebben structurele schade of functioneren slechts gedeeltelijk. De overige instellingen blijven operationeel, maar werken onder zware beperkingen.
Zwaar verstoorde zorg
De eerste evaluaties tonen een zwaar verstoorde patiëntenzorg. Dat leidt tot overbevolkte instellingen, langere wachtlijsten voor orthopedische en neurochirurgische ingrepen, tekortkomingen inzake bioveiligheid en zwaar overbelast personeel.
“Tot de grootste knelpunten behoren de ineenstorting van de forensische diensten en mortuaria en de gebrekkige systemen om slachtoffers te registreren en vermisten op te sporen”, besloot Lindmeier.