Mannelijke recruiters tonen minder begrip voor depressie
Sollicitanten die in hun brief een eerdere depressie vermelden, krijgen van mannelijke recruiters veertig procent minder uitnodigingen voor een gesprek. Vrouwelijke selectieverantwoordelijken nodigen mensen die een depressie vermelden ruim 40 procent meer uit dan mensen die een periode van inactiviteit niet in hun brief verklaren. Dat blijkt uit onderzoek van de Vakgroep Sociale Economie aan de UGent.
"Deze bevindingen stroken met eerdere internationale studies die aangaven dat mannen in het algemeen een negatievere houding hebben ten opzichte van depressie", zegt onderzoeker Stijn Baert.
Voor het onderzoek werden 608 fictieve sollicitaties als reactie op een bestaande vacatures gestuurd. Het ging om sollicitaties van 37- en 38-jarige mannen en vrouwen die een jaar werkloos waren op het moment van de sollicitatie. In de ene brief werd een depressie vermeld als teken van een jaar werkloosheid, in de andere werd niets vermeld.
Uit verdere analyse bleek dat mannelijke selectieverantwoordelijken vooral vrouwelijke kandidaten die depressie vermeldden, minder vaak voor een gesprek uitnodigden. "Ten opzichte van mannelijke kandidaten werd geen significant ongelijke behandeling op basis van een vermelde depressie gevonden", zegt Baert. "Dit resultaat strookt met eerdere studies die aantoonden dat depressie over het algemeen sterker wordt afgewezen door personen van het andere geslacht. Tegelijk is het in tegenspraak met studies die vonden dat mannen over het algemeen meer gestigmatiseerd worden wanneer ze uitkomen voor hun (voormalige) depressie."
Voorts blijkt ook dat laaggeschoolden sterker bestraft worden dan hooggeschoolden, wanneer ze een periode zonder werk verklaren door een depressie.