Milquet wil loonkloof weg tegen 2019
Minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet wil de loonkloof tussen vrouwen en mannen op maximaal tien jaar tijd volledig wegwerken. Als het kan, moet de loonkloof al tegen 2015 verdwenen zijn. Uit een rapport blijkt de loonkloof daalt, maar dat er nog een hele weg af te leggen is voor het verschil helemaal is weggewerkt.
"Nog geen trend"
Volgens cijfers van 2006 blijkt dat de loonkloof op basis van de bruto-uurlonen gedaald is tot 11 procent. Het Instituut voor Gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) spreekt van een daling van drie procentpunten tegenover de voorgaande jaren. Toch is het volgens het instituut te vroeg om te spreken van een trend. "De volgende jaren zal nog moeten blijken in welke mate de daling van 2006 zich verder doorzet", luidt het.
Bovendien bedraagt de loonkloof op basis van bruto-jaarlonen nog 25 procent, een verschil dat onder meer te maken heeft met het feit dat vrouwen vaker deeltijds werken dan mannen. In de privé-sector loopt die loonkloof op basis van jaarlonen zelfs op tot bijna 40 procent. De gemiddelde loonkloof was in 2006 het grootst in de luchtvaartsector (36 procent) en het kleinst in de afvalsector (-4 procent), waar de vrouwen gemiddeld dus iets meer verdienen dan hun mannelijke collega's.
Allochtone vrouwen
De cijfers in het rapport tonen ook aan dat de loonkloof toeneemt met de leeftijd. Zo bedraagt de loonkloof bij 55-plussers 17 procent, tegenover 9 procent in de leeftijdsgroep 45-54 jaar en 6 procent in de leeftijdsgroep 30-44 jaar. Voorts blijken allochtone vrouwen te moeten opboksen tegen een dubbele loonkloof. Voor hen is de loonachterstand nog groter dan die van allochtone mannen.
Het IGVM maakte nog enkele opvallende berekeningen. Vrouwen vertegenwoordigden in 2006 wel 45,6 procent van het aantal werknemers, maar ze ontvingen slechts 37,06 procent van de loonmassa. Volgens het IGVM hadden de vrouwen in 2006 7,7 miljard euro meer moeten verdienen.
Goed op Europees vlak
Volgens het IGVM kan amper de helft van de loonkloof verklaard worden. Vrouwen werken bijvoorbeeld vaker in sectoren waar een minder hoog loon wordt uitbetaald. Ook andere factoren (bv. deeltijdarbeid, anciënniteit, opleiding,...) spelen een rol. Meer dan de helft van het loonverschil kan echter niet verklaard worden. Hoewel de loonverschillen volgens het IGVM niet te wijten zijn aan directe discriminatie, is er wel duidelijk sprake van een ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in het inkomen.
Maar er is ook goed nieuws. Zo presteert België goed op Europees vlak. Enkel in Slovenië, Bulgarije en Roemenië was de loonkloof in 2006 kleiner dan in België. In Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Estland en Cyprus bedroeg de loonkloof zelfs meer dan 30 procent. Bovendien is in 11 van de 27 EU-lidstaten de loonkloof tussen 2002 en 2006 toegenomen.
"Kloof weg in 2019"
Als het van minister van Gelijke Kansen Joëlle Milquet afhangt, behoort de loonkloof tegen uiterlijk 2019 en liefst al in 2015 tot het verleden. Ze heeft daarom de Nationale Arbeidsraad gevraagd om per sector een actieplan te laten opstellen om op maximaal 10 jaar tijd te komen tot neutrale loonvorming.
Milquet wil bedrijven via een koninklijk besluit ook dwingen uitleg te geven over de loonkloof, over de oorzaken van die loonkloof en over de verdeling van extra-legale voordelen op basis van geslacht. In een ander kb vraagt Milquet van de bedrijven om de rubriek 'personeelskosten' in hun balans op te splitsen in mannen en vrouwen. (belga/svm)