Hoe Bowie zijn comeback twee jaar geheim hield
Niemand deed het hem voor: in het tijdperk van roddelsites, gsm's met camera's en sociale media flikte David Bowie het om twee jaar aan een nieuw album te werken zonder dat er ook maar een gerucht daarover de buitenwereld bereikte. Bowie liet zijn muzikanten dan ook een contract ondertekenen waarin ze er zich toe verbonden absoluut te zwijgen over hun samenwerking. Zo kon hij zijn comeback, vorige week op zijn 66ste verjaardag met de single 'Where Are We Now, geheim houden. Producer Tony Visconti onthult dat er dan toch een concert komt, een eenmalige show in Londen.
Producer Tony Visconti: "De leden van de band, de geluidstechnici, zelfs de mensen die ons koffie serveerden: iedereen die erbij betrokken was, moest zo'n contract ondertekenen. De meeste mensen hadden al vaak met David gewerkt, maar omdat er ook nieuwkomers waren en we in een nieuwe studio werkten, hebben we die voorzorgsmaatregel genomen. Niemand had daar problemen mee, iedereen vond het een eer om met hem te mogen werken. Het was ons gedeeld geheim en zo vormden we een clubje".
Gitarist Earl Slick, ook een oudgediende van Bowie, moest zelfs opletten waar hij tijdens de opnames van het nieuwe album 'The Next Day', zijn rookpauzes hield.
"Op een dag ging ik naar buiten om een sigaret te roken voor de studio. Ik kreeg plots een naar gevoel. Ik rookte in een halletje, ik ging zelfs de straat niet op. Ik keek op straat en daar stond een kerel met een camera op een statief. Toen besloot ik mijn sigaret te doven en terug naar binnen te gaan. Hadden ze me gezien, dan zouden ze wel vermoed hebben wat er gaande was".
Visconti laat optekenen dat Bowie naar aanleiding van zijn comeback een eenmalig concert in zijn geboortestad Londen plant. "David mag dan in New York wonen, hij is en blijft een Londenaar. Londen wordt dan ook de locatie voor een eenmalig openluchtconcert. Hyde Park of Wembley zal het worden".
Wie meespeelt op het album staat inmiddels te popelen om erover te praten.
Op tong bijten
Slick, de trouwe kompaan van Bowie die onder meer sologitarist is op 'Station to Station', verzucht: "Ik stond verdorie op de cover van Guitar Player. Het kerstnummer, dat dubbel zo lang in de winkel ligt. Ik maak een nieuw album met Bowie en ik moet verdorie op mijn tong bijten. Enkel aan mijn manager heb ik het gezegd".
Leugens
Visconti, die pas vorige week de laatste hand legde aan het album, is ook opgelucht dat er een einde is gekomen aan twee jaar geheimhouding, contractuele zwijgplicht en "regelrechte leugens". Enkel zijn partner en zijn kinderen wisten wat er gaande was.
"Mensen vroegen me 'waar ben je tegenwoordig mee bezig?' Ongeveer een jaar geleden begon ik te zeggen dat ik aan een groot project werkte maar dat ik niet kon vertellen welk project. Daar namen de meeste mensen vrede mee, maar er waren er wel een paar die zeiden 'het is Bowie, niet?'. Dan zei ik 'ik kan niet zeggen wie het is, zelfs al zeg je een naam dan mag ik nog niet ja of neen zeggen'. Dan zeiden ze 'het is Bowie'. En ik 'nee, echt waar niet'. Dat zat me niet lekker, maar er was geen andere manier om het te doen".
Strikte geheimhouding was van in het begin een absolute voorwaarde. In de beginfase werd van studio veranderd omdat de eigenaars van de eerste studio hun mond hadden voorbijgepraat.
Interimkrachten naar huis
Slick: "Ze wisten dat het geheim moest blijven maar binnen de 24 uur hadden ze het verknald. We waren nog niet beginnen opnemen maar we kregen al een telefoontje: 'Is het waar dat jullie een album opnemen in die studio?'. We ontkenden het allemaal. Zelfs rond de eerste demo's moesten we discretie zweren. De drie muzikanten die er op speelden, met naast mij drummer Sterling Campbell en gitarist Jerry Leonard, moesten een contract tekenen. Dat was in ons geval feitelijk niet nodig, we werken al lang met Bowie. Had hij gewoon gezegd dat we onze mond moesten houden, dan hadden we dat zonder contract ook wel gedaan. Maar later, toen er meer mensen bij betrokken raakten, waren die contracten echt wel nodig want we kenden niet iedereen zo goed. We hadden ook geluk met de studio, The Magic Shop in SoHo. Normaal werken daar interimkrachten, maar telkens wij kwamen, stuurden ze die weg. Ze wilden niet dat zij ons bezig zagen. Toen wij aan het werk waren, was er een kernbezetting van twee man, wat niet normaal is".
Angst en frustratie
Of die geheimdoenerij ook invloed had op de opnamesessies? Slick: "Zeker weten. We moesten er als groep over praten, onze ervaringen van de waanzin delen, de frustraties ook. En David zat er mee te lachen. De lol die we beleefden in de studio overschaduwde alle neuroses, want die waren er zeker".
Robert Fripp
Zelfs met zulke maatregelen, verbaast het Visconti dat niemand er achter kwam. "Het bewijs was er, maar niemand slaagde erin de stukjes van de puzzel samen te leggen. David werd gefotografeerd in de buurt van de studio. Meer dan een jaar geleden vroeg hij Robert Fripp om op de plaat te spelen. Fripp schreef in zijn blog iets in de zin van 'David Bowie heeft me gevraagd om op zijn album te spelen maar ik heb het te druk'. Niemand geloofde hem! Mocht iemand al die lekken in de gaten gehouden hebben, had die het makkelijk kunnen achterhalen".
Vervolg
Volgens Visconti wordt 'The Next Day' het begin van een nieuw tijdperk voor Bowie. Ze namen samen 29 nummers op, op de luxe-uitgave van het album komen er maar 17. "We hebben nummers overgehouden die enorm sterk zijn maar niet in dit geheel pasten. Dus ik weet dat er nog een album in zit. Ik weet dat David wil blijven opnemen. Wanneer weet ik niet precies, maar ik denk dat hij later dit jaar opnieuw in de studio zal zitten".
Earl Slick kreeg vorige week een mailtje van Bowie. "Ik kreeg een lief bericht. 'Bedankt dat je het stil hebt gehouden'. Hij kent me. Ik ben een Italiaan uit Brooklyn, snap je? Ik heb een groot bakkes".
'The Next Day' komt uit in maart.