Polen mag Polanski niet uitleveren aan de VS
De Frans-Poolse filmmaker Roman Polanski mag niet worden uitgeleverd door Polen aan de VS. De hoogste rechtbank in Polen heeft dat vandaag bepaald. Amerika had om uitlevering van de 83-jarige regisseur gevraagd in verband met een misbruikzaak uit 1977.
Eerder besliste een lagere rechtbank al dat hij niet mocht worden uitgeleverd. Justitie in Polen ging daartegen in beroep.
De Verenigde Staten hadden Polen om Polanski's uitlevering gevraagd toen hij in 2014 in Warschau opdook. De filmmaker woont in Parijs, maar hij heeft ook een appartement in Krakau, in het zuiden van Polen.
De zaak draait rond seks die Polanski in 1977 met een toen dertienjarig meisje heeft gehad. Hij zat 42 dagen in de gevangenis, kwam op borg vrij en kwam met de justitie een schuldbekentenis overeen, waarbij geweldpleging achterwege bleef. Vlak voor hij een veroordeling en een mogelijke zware straf zou oplopen, vluchtte Polanski in februari 1978 naar Frankrijk.
Een rechtbank in Krakau wees de uitlevering op 30 oktober vorig jaar af. Het openbaar ministerie legde zich daar in eerste instantie bij neer. Maar eerder dit jaar besliste minister van Justitie Zbigniew Ziobro, die tevens procureur-generaal is, alsnog bij het Hooggerechtshof aan te kloppen om die beslissing te vernietigen. Daar is het Hooggerechtshof dus niet in meegegaan.
Ziobro meende dat er geen mildere behandeling van de regisseur mocht zijn, gewoon omdat hij een prominent iemand is. "Voor de justitie is iedereen gelijk".
De rechtbank in Krakau had het uitleveringsverzoek verworpen, onder andere vanwege twijfel dat de Oscarwinnaar in Los Angeles een eerlijk proces zou krijgen. Al die tijd keerde Polanski nooit terug naar de Verenigde Staten.
De verdediging had aangevoerd dat het uitleveringsverzoek ongegrond was, gezien de schikking die Polanski met de justitie had bereikt. De man heeft volgens die visie de voorziene straf uitgezeten.
Polanski regisseerde onder meer 'Rosemary's Baby' en 'The Pianist'.