"Nieuwe bewijzen voor prijsmanipulatie ruwe olie"
Vier handelaren in ruwe olie claimen sterke bewijzen te hebben dat verschillende olieconcerns, waaronder Shell, BP en Statoil, jarenlang prijsafspraken hebben gemaakt. Dat staat te lezen in een aanklacht bij een rechtbank in Manhattan, New York.
In het document van 85 pagina's wordt geschetst hoe de partijen meer dan 10 jaar de prijs van Brentolie manipuleerden door onjuiste informatie door te geven aan het agentschap Platts, dat de prijzen van een aantal olieproducten vaststelt. Ook zakenbank Morgan Stanley en een aantal handelshuizen, waaronder Trafigura Beheer en Phibro Trading, zouden bij de zaak zijn betrokken.
Prijsmanipulatie
In de VS lopen al zes andere rechtszaken over prijsmanipulatie in de Brentmarkt, maar de bewuste aanklacht lijkt volgens Bloomberg wel de meest gedetailleerde omschrijving van vermoedelijke manipulatie.
De vier handelaren, onder wie ook een oud-directeur van de grondstoffenbeurs New York Mercantile Exchange (NYMEX), stellen dat ze "kunstmatige en anticompetitieve prijzen" hebben betaald voor Brentolie. Ze omschrijven onder meer ook pogingen om de prijzen van ruwe olie uit de Russische Oeral te manipuleren.
Afspraken
In mei deden functionarissen van de Europese Commissie al invallen bij de genoemde olieconcerns, omdat Brussel vermoedde dat ze prijsafspraken hebben gemaakt. Over de bevindingen van dat onderzoek zijn nog geen gegevens naar buiten gebracht.
Een woordvoerster van Shell wilde geen commentaar geven. Wel herhaalde het bedrijf dat het meewerkt aan het onderzoek dat de Europese Commissie doet, en dat het niet vooruit wil lopen op de uitkomsten daarvan.