Nieuwe tegenslag voor fiscale regularisatie
Een advies van de Raad van State dreigt opnieuw stokken in de wielen te steken van de permanente fiscale regularisatie die de federale regering wil opzetten. Ook na aanpassingen blijft de Raad van State problemen zien met de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gewesten. Dat de Raad van State het advies nog niet heeft kunnen vertalen, zorgt bovendien voor bijkomende vertraging in het parlement.
De federale regering sprak af om een permanent mechanisme voor fiscale regularisatie op poten zetten. Bedoeling is om het systeem vanaf 1 januari 2016 te laten ingaan, wat ook niet onbelangrijk is voor de begroting van 2016.
De invoering blijkt echter geen sinecure. Een deel van de belastingen - met name de successierechten - zijn immers een gewestbevoegdheid. En in tegenstelling tot Vlaanderen ziet Wallonië een nieuwe fiscale regularisatie niet zitten. Omdat het niet tot een akkoord kwam, besloot de regering-Michel al om de gewestbelastingen uit de regeling te houden.
Wat echter met zwart geld waarvan niet duidelijk is uit welke periode het dateert? Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) voorzag dat "het gedeelte waarvan de aangever de legale herkomst niet kan aantonen" eveneens geregulariseerd moet worden.
Maar volgens de Raad van State botst dat opnieuw met de bevoegdheidsregels, zo luidt het in een nieuw advies. Gaat het bijvoorbeeld om ontdoken personenbelastingen uit aanslagjaar 2015, dan heeft het gewest waar de betrokkene woonde eigenlijk recht op een deel van de geregulariseerde som. De zesde staatshervorming en de bijzondere financieringswet voorziet immers 25,99 procent van de personenbelasting voor de gewesten. De passage over het gedeelte van onaantoonbare afkomst moet dus geschrapt worden, oordeelt de raad.
Minister Van Overtveldt houdt echter voet bij stuk. "We zijn van mening dat wat het bevoegdheidsaspect betreft er voldoende argumenten zijn om de gekozen werkwijze te volgen. In de geplande commissievergadering van aanstaande vrijdag zal de nodige technische toelichting gegeven worden", luidt het op zijn kabinet.
Tot slot valt niet uit te sluiten dat het speciaal opgerichte federale Contactpunt Regularisaties ook kennis zal nemen van ontduiking van gewestelijke belastingen. Er is daarover dus een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gewesten nodig, oordeelt de Raad van State nog.
1 januari wordt moeilijk haalbare streefdatum
Voor oppositiepartij sp.a is duidelijk dat de bespreking van dit luik uit de programmawet zo niet van start kan gaan in het parlement. De gecoördineerde wetten op de Raad van State bepalen immers dat een tekst naar het Overlegcomité tussen de verschillende regeringen moet worden doorgestuurd indien er zich volgens het advies van de afdeling wetgeving van de raad een bevoegdheidsprobleem stelt. De tekst moet dus naar het Overlegcomité, onderstrepen de socialisten.
Los van de inhoud, zorgde het advies van de Raad van State overigens nog voor extra vertraging in het parlement. Vandaag was immers enkel de Nederlandstalige versie beschikbaar en de Franstalige versie zou nog minstens tot donderdag op zich laten wachten, zo liet de Raad van State verstaan. De commissie Financiën besloot zich dus noodgedwongen vrijdag pas opnieuw over de tekst te buigen. Voor de regering, die de dagen richting 1 januari genadeloos ziet verstrijken, is de extra vertraging allerminst goed nieuws.