"Verhoogde opbrengst uit btw kan 2 procent loonlastverlaging opleveren"
Als de opbrengsten uit btw in ons land op het OESO-gemiddelde zouden liggen, zou dat 4,5 miljard kunnen opleveren. Dat is voldoende om de arbeidslasten met ruim 2 procent te verlagen. Ter vergelijking, een algemene btw-verhoging met 1 procent zou 'maar' 1,76 miljard euro opleveren. Dat heeft minister van Financiën Koen Geens gezegd in de gemengde parlementaire commissie over de fiscale hervorming.
Het is een open deur van formaat: arbeid in België wordt zwaar belast. De lat ligt op 42 procent. Mede op vraag van Europa moet ons land op zoek naar een verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op consumptie en milieu. Maar om de loonlasten met 1 procent te verlagen, is er volgens minister Geens 1,9 miljard euro nodig. Hij maakt daarbij meteen de vergelijking met een verhoging van de btw met 1 procent. "Dat zou 1,76 miljard opleveren. Dus zou men nog 200 miljoen euro tekortkomen om de lasten met 1 procent te verminderen."
Geens, die benadrukte dat hij in eigen naam en niet als minister sprak, suggereerde om te kijken naar de relatief lage "revenue ratio" op het vlak van btw. Die bedraagt in ons land maar 48 procent. Dat betekent concreet dat van elke 100 euro verkochten goederen en diensten er geen 21 euro wordt betaald, maar slechts gemiddeld 10 euro. Die relatief lage ratio is volgens Geens toe te schrijven aan de vrijstellingen en verlaagde tarieven die er bestaan".
"Het gemiddelde in de OESO-landen ligt op 56 procent. In Zwitserland is dat bijvoorbeeld 70 procent en in Nieuw-Zeeland zelfs 97 procent. Als wij ons niveau zouden optrekken van 48 naar 56 procent zou dat 4,5 miljard euro opleveren. Daarmee zouden de arbeidslasten met ruim 2 procent kunnen verlaagd worden", aldus Geens.
Perceptieprobleem
Aansluitend wees Geens erop dat ons land in vergelijking met andere landen weinig accijnzen int. Zo gelden er voor tal van categorieën verminderingen. Denk aan de dieselwagens die nog steeds minder belast worden dan benzinewagens. "Maar misschien zijn er, rekening houdend met de milieuvraag van Europa, redenen om daar te komen tot een gelijkschakeling."
Wat de verschuiving naar milieubelastingen betreft, merkt Geens ook op dat zulke taksen bedoeld zijn om het gedrag te sturen en dat ze na verloop van tijd ook minder zullen opbrengen of zelfs uitdoven. Ook met het "sociale gewicht" van zo'n milieubelasting moet volgens hem rekening gehouden worden.
Een verhoging van de lasten op inkomsten uit onroerende inkomens zal volgens Geens dan weer "niet makkelijk" zijn. Bovendien is er volgens de CD&V-minister een "perceptieprobleem". "Mensen die inkomsten halen uit onroerende goederen hebben het gevoel dat ze dubbel belast worden. Ik spreek daar geen waardeoordeel over uit, maar er is in ieder geval een perceptie van dubbelbelasting."
Belastingbrief complex
Geens had het ook kort over de complexiteit van de belastingbrief. "Ook ik ben voorstander van vereenvoudiging en efficiëntie. Maar we leven in een complex land. Maar als de gewesten na de staatshervorming verschillende systemen gaan gebruiken voor de woonbonus, zal dat de aangifte niet eenvoudiger maken dan vandaag en zal mijn opvolger opnieuw kritiek krijgen op het feit dat het aangifteformulier moeilijker is geworden."