Vlaams Energiebedrijf is een feit, alvast op papier
Het Vlaams Energiebedrijf is een feit, alvast op papier. Met een startkapitaal van 200 miljoen euro zal het VEB op zoek gaan naar energiebesparingen in administraties, scholen en ziekenhuizen, maar ook investeren in innovaties rond groene energie.
Sp.a-minister van Innovatie en Overheidsinvesteringen Ingrid Lieten (foto) en de kersverse bestuurders hebben daarvoor vanmiddag de nodige handtekeningen gezet.
Hoofddoelstelling
Hoofddoelstelling van het Vlaams Energiebedrijf wordt energiebesparing. Het zal in kaart brengen welke overheidsgebouwen met gerichte investeringen fors kunnen besparen op hun energiefactuur. Het bedrijf zal ook advies geven, begeleiden en de financiering organiseren. "Internationale studies schatten dat eenvoudige energiebesparende maatregelen makkelijk kunnen zorgen voor een daling van het energieverbruik van ruim 20 procent", aldus Lieten.
Het VEB zal verder ook zelf investeren in innovaties rond duurzame energie. Het kan dan gaan om specifieke projecten zoals ondersteuning voor nieuwe technologieën zoals weervoorspellingsprogramma's voor windenergie of innovatieve technologieën voor energieopslag. Maar ook participaties in startende ondernemingen behoren tot de mogelijkheden.
Risico-kapitaal
Een stukje risico-kapitaal dus, bevestigde kersvers voorzitter Andries Gryffroy. Bedoeling is trouwens - voor zover juridisch mogelijk - gelijkaardige participaties van de Participatiemaatschappij Vlaanderen en andere Vlaamse instellingen bij het VEB te gaan bundelen. Van de 200.000 aandelen is er alvast eentje voorzien voor de PMV. De overige 199.999 zijn in handen van het Vlaams gewest.
Tot slot zal het VEB ook kleine energieproducenten samenbrengen, om "op die manier een klein beetje de concurrent te worden van de grote spelers", aldus Gyffroy. Een echt tegengewicht vormen voor Electrabel zit er echter niet meteen in, hoewel die ambitie bij de start van de regering wel klonk. "Maar met 200 miljoen euro is het niet echt realistisch om die ambitie te koesteren", erkende Lieten.
Wachten tot na de zomer
Eerste taak is echter de aanstelling van een gedelegeerd bestuurder. Daar wordt "de komende weken" werk van gemaakt. Gyffroy mikt nadien op drie tot zes maanden om een businessplan uit te werken. "Na de zomer willen we operationeel zijn", besloot hij. (belga/adha)