Dansgroep Nele krijgt eigen reus: “Naar model van oprichtster Gaby Govaert”
Dansgroep Nele uit Grembergen heeft voortaan een eigen reus. Die werd zaterdag officieel gedoopt, nadat ook reuzendragers werden geselecteerd. Reus Nele, naar het evenbeeld van de oprichtster van de dansgroep Gaby Govaert, zal voor het eerst haar opwachting maken tijdens de Grembergse reuzenstoet naar aanleiding van Septemberkermis.
Dansgroep Nele bestaat dit jaar zeventig jaar en dus werd het tijd om die langgekoesterde droom werkelijkheid te laten worden: een eigen reus. “De oprichtster van De Nelekes, Gaby Govaert, is altijd van heel grote waarde geweest voor de groep”, zegt Bart Cappaert van Team Reus bij dansgroep Nele. “Ze verdient het dat er een reus naar haar wordt gemaakt. Er zijn in Grembergen al zoveel reuzen van dorpsfiguren, Gaby pas perfect in het rijtje.”
Een oude foto van de toen jonge Juffrouw Gaby vormde de basis voor het ontwerp van de nieuwe reus. “Met behulp van AI kreeg ze een jeugdige en eigentijdse uitstraling, met de kenmerkende vlechtjes die vandaag zo sterk met de Nelekes verbonden zijn”, zegt Cappaert. “Tegelijk bleef het ontwerp trouw aan de geschiedenis van de dansgroep. Daardoor sluit de nieuwe reus ook mooi aan bij het allereerste logo van Nele uit 1957.”
Maar voor een reus zijn ook reuzendragers nodig. En dus organiseerde de dansgroep zaterdagnamiddag de “Wilde Nele-loop”. Kandidaat-reuzendragers moesten daarbij een reeks ludieke proeven rond behendigheid, evenwicht en samenwerking afleggen. Ze haalden allemaal hun brevet. Daarna volgde de officiële doop van reus Nele, in aanwezigheid van Reus Pastoor. Peter en meter van Reus Nele zijn Reinout en Jacqueline.
Het wordt meteen druk voor Reus Nele. Die mag zich direct klaarmaken voor een allereerste deelname aan de 41ste Reuzenstoet van Grembergen. Die vindt plaats op vrijdag 11 september, als opening van de Septemberkermis. Uniek aan deze stoet is dat hier alleen reuzen aan deelnemen gebaseerd op lokale dorpsfiguren. Met de komst van Reus Nele komt het aantal op 26.