"Beter betaalstaking dan minimale dienstverlening"
Het voorstel van minister Mobiliteit François Bellot (MR) om een minimumdienst bij het spoor in te voeren wordt door regeringspartijen N-VA en Open Vld positief onthaald. Oppositiepartij Groen is sceptisch en vindt een betaalstaking een beter actiemiddel.
Bellot stelt een meldingsplicht voor die de spoordirectie de kans moet geven op tijd alternatieve dienstregelingen en uurroosters uit te werken. Personeelsleden die niet aangeven of ze meestaken, krijgen een sanctie.
"Wie wil staken, zal dat kunnen", stelt Lahaye-Battheu tevreden vast. "Maar het recht op werken is even fundamenteel. Zowel spoorwegpersoneel als pendelaars die willen werken, moeten dat kunnen doen. Vandaar dat we een gegarandeerde dienstverlening op het spoor nodig hebben." Ze wijst erop dat Open Vld daar bij de vorming van de regering sterk op aangedrongen heeft.
Ook N-VA-Kamerlid Inez De Coninck stipt aan dat het wetsontwerp van Bellot "het stakingsrecht respecteert en aan de NMBS de nodige middelen geeft om een minimumdienst te organiseren". De meldingsplicht vindt ze logisch. "Het spoorbedrijf moet nu eenmaal weten wie staakt en wie niet. Op deze manier respecteer je de wil van stakers, die van werkwilligen en de reizigers."
"Nog uitbreiden"
De Coninck stelt tevreden vast dat de reiziger minstens 24 uur voor een staking zal weten welke treindienst wordt aangeboden, maar zegt dat haar partij nog verder wil gaan. Het plan van Bellot is een stap in de goede richting, "nadien kan men het nog uitbreiden indien daar een (politiek) draagvlak voor bestaat". Zo vraagt ze zich af hoe, ondanks het plan, wilde stakingen vermeden kunnen worden.
"Weinig realistisch"
Oppositiepartij Groen vindt de voorgestelde minimumdienst een weinig realistische optie en stelt voor om de betaalstaking verder te onderzoeken. "Zo kan het personeel een sterk signaal geven aan werkgever en regering zonder de treinreizigers, hun eerste bondgenoten, te treffen", zegt Kamerlid Stefaan Van Hecke.