"6 maanden borstvoeding? Dat is niet realistisch"
Zes maanden borstvoeding: dat is het ideaal volgens de gezondheidsaanbevelingen en de borstvoedingsvoorstanders. Maar moeders zelf zien het niet zo goed zitten, zo bleek uit een Schotse studie: zij vinden 6 maanden lang borstvoeding 'onrealistisch' en vragen om minder strenge verwachtingen. 'De verkeerde manier van denken', zo maken de voorstanders het idee genadeloos af.
Uit verschillende interviews met 36 moeders en enkele familieleden kwam naar voren dat de vrouwen de aanbevelingen als 'niet behulpzaam' en 'onrealistisch' zagen. Ze weten wel dat het beter is voor moeder en beter voor de baby, maar dat maakt het nog niet gemakkelijk, vanzelfsprekend of zelfs maar doenbaar. Er bleek een (te?) grote kloof tussen de verwachtingen en de realiteit.
Klinkt gemakkelijk
Een moeder vertelde "hoe de experten het zo gemakkelijk doen klinken". Al te vaak blijft onderbelicht dat borstvoeding voor sommige vrouwen hard werken is en blijft, voor anderen gelijkstaat met pijn en nog anderen produceren gewoonweg niet voldoende voor hun baby. Zij blijven in de kou staan: ze voelen zich al van in het begin gefaald als moeder, omdat ze niet voldoen aan de verwachtingen. Iets wat des te harder aankomt, omdat ze niet voorbereid waren op het feit dat het redelijk gemakkelijk kon mislukken.
"De band met het kind"
Een andere vrouw vroeg zich af waarom zij die zo bejubelde 'band met het kind' niet ervaren had. Een kantelmoment (bijvoorbeeld een verandering in het gedrag van de baby) zorgde dan ook vaak in een verandering van het voedingspatroon. Voornaamste motivatie: het welzijn van het gezin. In Belgische gezinnen is het moment dat de moeder terug moet gaan werken (sinds kort na 4 maanden na de bevalling) vaak het moment waarop gestopt wordt met borstvoeding.
Te weinig steun
"Deze Schotse vrouwen waren echt aan het lijden. Geen wonder: ze kregen gemengde boodschappen te horen en pas na twee weken kwam een gezondheidswerker over de vloer. Ze kregen dus niet de juiste steun", argumenteert dokter Melissa Bartick, hoofd van het Amerikaanse borstvoedingscomité.
Maar steun doet niet alles: In de VS zien vrouwen al op de tweede dag na de bevalling een dokter, en begint 75 procent vol goede moed aan borstvoeding. Desondanks haalt maar 44 procent de zes maanden - waarvan slechts 15 procent exclusief borstvoeding blijft geven. Bij hoeveel procent borstvoeding onmogelijk was geworden (wegens te veel pijn of te weinig of opgedroogde productie) werd er niet bijverteld.
De borstvoedingsgroep
Als sterke voorstander van borstvoeding, ziet Bartick geen heil in het afbouwen van de verwachtingen ('die de publieke gezondheid alleen maar ten goede komen'), maar wél in het bieden van adequate steun. "Natuurlijk heb je na twee weken zonder steun al afgehaakt bij het borstvoeden."
Maar advies en steun van dokters, verpleegsters of vroedvrouwen is niet voldoende. Moeders moeten ook terecht kunnen bij hun vrienden, zussen, tantes en (schoon)moeders. Een onderzoek enkele tientallen jaren terug toonde dat de beste resultaten geboekt werden met een groep van doorwinterde borstvoeders en vrouwen die voor de eerste keer borstvoeding gaven. Maar 'borstvoedingsgroepen' zijn nog altijd een uitzondering, dus de meeste vrouwen ploeteren alleen voort. Of niet dus, en ze haken af.
"Moeders vertellen dat ze borstvoeding moeten geven zonder culturele, institutionele en legale steun is zoals een marathon lopen op slippers zonder enige coaching", verwoordt Danielle Riggs van de organisatie Best voor Babes het.
"Kleine brokjes"
Eén manier om de zes maanden borstvoeding minder afschrikwekkend te maken is het op te delen in behapbare stukjes: enkele dagen, de eerste twee weken, een maand, zes weken enzoverder. Een beetje zoals je jezelf aanleert regelmatig te sporten of gezond te eten: beetje bij beetje.
"De kloof tussen de ideale wereld en de realiteit is groot. Alle vrouwen zouden de kans moeten hebben om borstvoeding te geven, maar vele vrouwen krijgen nog te weinig informatie of steun om door te zetten."
Kan goed zijn, maar benadrukken dat borstvoeding niet altijd voor iedereen mogelijk is, zou geen kwaad kunnen. Voor de geestelijke gezondheid van de moeder, en dus uiteindelijk ook van het kind.