Een peuter opvoeden zorgt voor stress, ook financiële
Eén op de zeven ouders vindt dat de opvoeding van een peuter hem of haar emotioneel uitput, één op de vier spreekt van lichamelijke uitputting en 65 procent van de ouders vindt dat het ook een grote financiële inspanning vraagt. Dat blijkt uit een onderzoek bij meer dan duizend Vlaamse ouders met peuters tussen 2,5 en 3 jaar.
"Rekening houdend met het feit dat de steekproef vooral bij hoger opgeleiden gebeurde, is dat een opmerkelijke bevinding", zegt Kind en Gezin.
Het goede nieuws: volgens onderzoekster Karla Van Leeuwen, professor Gezins- en Orthopedagogiek aan de KU Leuven, passen de Vlaamse ouders massaal het "positief ouderschap" toe: ze ondersteunen en bemoedigen hun jonge kindjes en ze hebben veel aandacht voor structuur en regelmaat, zoals vaste tijdstippen voor eten en slapen. Uit de enquête blijkt dat 95 procent van de ouders het opvoeden van hun uk van 2,5 tot 3 jaar verrijkend vindt en al zijn er af en toe eens wrijvingen, toch menen 9 op de 10 ouders dat ze de opvoeding van hun kind goed aankunnen.
Maar het onderzoek probeert ook knelpunten in kaart te brengen. Zo blijkt 11 procent van de ouders te vinden dat hun peuter niet eenvoudig op te voeden is. Een kind dat constant aandacht vraagt of moeilijk doet bij het eten en een kind zindelijk laten worden zijn vaak geopperde problemen.
Spanningen in relatie
Een vierde tot 46 procent van de ouders ervaart problemen met steun en communicatie binnen het gezin, en één op de drie ouders geeft aan dat men het niet altijd eens is over hoe het kind moet opgevoed worden. Bij iets minder dan een vijfde zorgt het opvoeden voor spanningen in de relatie. Spanningen en ongewenst gedrag van het kind (want op peuterleeftijd kunnen kinderen wel eens driftbuien krijgen) kunnen leiden tot irritaties bij de ouders met alle gevolgen van dien: een derde van de ouders zegt soms ruwer om te gaan met het kind bij lastig of zeurderig gedrag. Ongeveer één op de vijf geef soms een tik.
Wat dat laatste betreft, geeft Kind en Gezin concrete informatie op zijn website over "straffen en belonen". Daarnaast, zegt Kind en Gezin, moeten de Huizen van het Kind inspelen op de noden van ouders en opvoedingsondersteuning bieden via de opvoedingswinkel of mamacafés. Dat blijkt nodig, want nog in de enquête geeft één op de vijf ouders aan dat ze geen hulp krijgen van vrienden of familie bij de zorg voor hun kind, en een derde meent dat de gemeenschap waartoe men behoort onvoldoende of geen sociale ondersteuning biedt.
"We moeten spreken over opvoeding sexy maken"
"We moeten spreken over opvoeding en het uitwisselen van ervaringen van jonge ouders over het omgaan met hun peuters sexy maken." Dat zei Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen donderdagmiddag in het Huis van het Kind in Leuven waar de resultaten van de enquête bij duizend jonge Vlaamse ouders werd voorgesteld.
"De opvoedingsconsulentes en de info-avonden voor jonge ouders in de Huizen van het Kind geven goede en op maat uitgewerkte antwoorden op de vragen van die jonge ouders", aldus de minister. Vandeurzen was blij dat uit het onderzoek van KU Leuven-professor Van Leeuwen blijkt dat ouders het opvoeden als een zeer positieve en verrijkende ontwikkeling in hun leven waarderen. "Positief nieuws mag ook eens in de belangstelling komen", aldus de minister.
Dat er daarnaast twijfels en vragen leven bij jonge ouders is vanzelfsprekend, "en er met elkaar over spreken in de Huizen van het Kind moet een natuurlijke zaak worden, moet sexy worden", aldus de minister, die herinnerde aan het Engelstalige gezegde "it takes a village to raise a kid".
De minister gelooft in het werk van de Huizen van het Kind als verzamelplaatsen waar ouders ervaringen uitwisselen of steun krijgen bij hun opvoedingsvragen. "We hebben nu zo'n 130 Huizen van het Kind in 170 Vlaamse gemeentes", aldus Vandeurzen. "We gaan het netwerk zeker nog uitbreiden, zodat elke Vlaamse gemeente gecoverd is tegen het einde van deze legislatuur."
In oktober van dit jaar organiseert Kind en Gezin een conferentie 'De Toekomst is Jong', in opdracht van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). Op dat congres zullen themawerkgroepen beleidsaanbevelingen doen en voorstellen voorleggen aan het werkveld. "Daar zal ook werk gemaakt worden van het creëren van een collectieve gevoeligheid voor opvoedingskwesties."