België staat mee aan de spits van fertiliteitsgeneeskunde
Vanuit alle hoeken van de wereld kwamen artsen naar de campus van het AZ in Jette (tegenwoordig UZ Brussel) om er kennis en ervaring op te doen. "De fertiliteitsspecialisten van Brussel maakten ook zelf geschiedenis toen ze in het begin van de jaren negentig de ICSI-techniek, of intracytoplasmatische sperma-injectie, introduceerden", zegt hun opvolger, professor Herman Tournaye, hoofd van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) van het UZ Brussel. Bij de ICSI-techniek werd de zaadcel rechtstreeks met een injectienaald in de eicel ingebracht. "Dit betekende dat nog veel meer koppels konden geholpen worden, want ook mannen met sperma van mindere kwaliteit konden donor worden", zegt professor Tournaye.
"De ICSI-techniek was zeker een belangrijke doorbraak", geeft ook professor Thomas D'Hooghe van het UZ Leuven toe. "Maar het blijft nodig dat we op het veiligheidsaspect te wijzen. Ouders hebben ook het recht te weten wat de kansen van chromosomale afwijkingen bij de boreling zijn." Professor D'Hooghe is ook van oordeel dat ICSI, vaak uit gemakzucht, te veel wordt toegepast, tot in 68 procent van de gevallen. "Het devies moet zijn: ivf als het kan, ICSI als het moet", vindt Thomas D'Hooghe.
Endiometriose
Een andere grote sprong voorwaarts is volgens professor D'Hooghe geboekt op het vlak van de genetische diagnostiek, waardoor de risico's op erfelijke afwijkingen kunnen voorspeld worden. En de voortrekkersrol die België op het vlak van vruchtbaarheidsbehandeling heeft opgebouwd, werpt ook vandaag nog vruchten af. "Als Belgen zijn we wereldleider in de chirurgische behandeling van endometriose", zegt D'Hooghe. "Ook dat hebben we te danken aan de expertise inzake fertiliteit."
Intussen telt ons land 34 fertiliteitscentra: 16 B-centra, die de volledige behandeling bieden (klinische behandeling en laboratorium), en 18 A-centra of satellietcentra die voor een deel de medische begeleiding aanbieden (zonder de laboratoriumfunctie). De regel bij de uitbouw van de centra was dat een patiënt binnen een straal van 50 kilometer in een fertiliteitscentrum terechtkan. Wat de resultaten van de in-vitrobehandeling betreft, halen de Belgische centra slaagcijfers tussen de 25 en 29 procent, wat internationaal gezien vrij hoge scores zijn.
1 op 12
De enorme vlucht die de fertiliteitsbehandelingen hebben genomen in ons land wordt nog het best uitgedrukt door de ivf-geboortes af te zetten tegen de totale geboortecijfers: 1 op de 25 kinderen in ons land wordt tegenwoordig geboren via ivf. Als je alle vruchtbaarheidsbehandelingen (hormonale therapieën, inseminatieprocedures en vruchtbaarheidsherstel na chirurgische ingrepen) meetelt, kom je op een cijfer van 1 op de 12 kinderen. "In elk Vlaams kleuterklasje zitten dus wel een of twee kindjes die er dankzij de helpende hand van de medische wetenschap zijn gekomen", zegt professor Thomas D'Hooghe, voorzitter van het College van Geneesheren Reproductieve Geneeskunde.
Eerste Belgische ivf-baby
In België zijn in 2010 volgens het nationaal registratiesysteem van het Belgian Register for Assisted Procreation (Belrap) 5.199 baby's via medisch begeleide voortplanting geboren. Vandaag is het de gewoonste zaak van de wereld dat kinderloze echtparen zo hun droom van eigen kinderen kunnen realiseren. Op 23 juni is het precies 30 jaar geleden dat in België het eerste 'proefbuiskindje' geboren werd. Een terugblik. De Britse arts Robert Edwards slaagde er in 1978 in om met Louise Brown de eerste in-vitrofertilisatie (ivf) of proefbuisbaby het leven te schenken. Bij deze vruchtbaarheidsbehandeling worden de eicellen buiten het lichaam van de vrouw (in een glazen buisje, of in het Latijn 'in vitro') bevrucht met zaadcellen, waarna een of meerdere embryo's in de baarmoeder worden teruggeplaatst waar ze dan kunnen innestelen.
De uitvinder
Robert Edwards, die begin april van dit jaar aan een longziekte overleed op 87-jarige leeftijd, wordt "de vader van 5 miljoen kinderen" genoemd: op dat aantal staat de teller van proefbuisbaby's over de hele wereld vandaag de dag. Dr. Edwards kreeg voor zijn wetenschappelijk pionierswerk in 2010 de Nobelprijs voor Geneeskunde.
In ons land kwam de eerste proefbuisbaby op 23 juni 1983 ter wereld, maar de ouders wensten anoniem te blijven, en artificiële bevruchting lag ook wel wat moeilijk aan de 'katholieke' universiteit. Professor Ivo Brosens, die met zijn team verantwoordelijk was voor de primeur in Leuven, beschreef de taboesfeer van de pioniersperiode later in zijn boek "The challenge of reproductive medecine at catholic universities, time to leave the catacombs".
De eerste 'officiële' proefbuisbaby werd daarom de op 24 oktober 1983 geboren Tina uit Opwijk. Haar moeder was patiënte van professor Paul Devroey van het AZ in Jette. De professoren Devroey (voor het klinische gedeelte) en André Van Steirteghem (voor het laboratoriumgedeelte) van het UZ Brussel.
Herdenking
Ook in het UZ Brussel zal in oktober een herdenking van 30 jaar ivf in België plaatshebben. "De vorige keer, bij de kwarteeuwherdenking, hadden we onze ivf-kinderen tussen de 7 en 14 jaar op een terugkeerdag uitgenodigd in Technopolis in Mechelen, omdat we dachten dat ze dit wel leuk zouden vinden", zegt professor Herman Tournaye. "Maar wat bleek? Ze hadden vooral vragen over hoe en waar ze nu eigenlijk 'uit het glazen buisje waren gekomen'. Daarom zullen we hen op 6 oktober in ons centrum op de campus rondleiden."