"Biomerkers kunnen hart- en vaatziekten niet voorspellen"
Er is onvoldoende bewijs dat biomerkers, stoffen in het lichaam die kunnen wijzen op een bepaalde aandoening, kunnen helpen bij het voorspellen van hart- en vaatziekten. Dat stelt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE).
Biomerkers zijn stoffen in het lichaam die kunnen wijzen op een bepaalde aandoening, zoals glucose bij diabetes. De verwachtingen over biomerkers zijn hoog, stelt het KCE. Gehoopt wordt dat ze steeds meer kunnen worden gebruikt om diagnoses te stellen, om de ernst van een ziekte in te schatten, en om na te gaan in welke mate een behandeling aanslaat. Daarnaast kunnen ze een belangrijke rol spelen bij preventie. Mensen met een verhoogd risico op een ziekte zouden met biomerkers beter worden geïdentificeerd en preventief behandeld.
De laatste jaren worden biomerkers ook gebruikt om het risico op hart- en vaatziekten in te schatten. Zo zou de aanwezigheid van bepaalde eiwitten in het bloed kunnen wijzen op een verhoogd risico. Het KCE ging na of het toevoegen van biomerkers de voorspellingen van de klassieke risicomodellen kunnen verbeteren.
Het KCE vond onvoldoende bewijs dat het meten van bijkomende biomerkers zou zorgen voor een noemenswaardige verbetering van de risico-inschatting op een cardiovasculair risico. Beter is om het klassieke risicomodel, dat gebaseerd is op risicofactoren zoals leeftijd, geslacht, roken, bloeddruk en cholesterolgehalte in het bloed, verder te ontwikkelen, stelt het kenniscentrum. Dat kan gebeuren door risicofactoren zoals familiale voorgeschiedenis, gebrek aan lichaamsbeweging en exact tabaksgebruik toe te voegen.