Chemotherapie schaadt het geheugen
Kankerpatiënten die hun ziekte overwinnen, hebben soms nog jaren last van geheugen- en concentratiestoornissen. Volgens het wetenschapsmagazine Eos wijzen onderzoekers naar chemotherapie als de boosdoener.
Het komt geregeld voor dat patiënten tijdens de chemotherapie last krijgen met hun geheugen en concentratie. Vaak zijn de problemen tijdelijk, maar in een aantal gevallen slepen ze nog jaren aan.
"Patiënten die behandeld zijn voor kanker ontwikkelen vaak cognitieve problemen", zegt medisch psycholoog Wim Schrauwen van het UZ Gent in Eos. "Ze kunnen zich moeilijker concentreren, ze hebben problemen om informatie in hun geheugen te raadplegen en ze hebben het moeilijk om meerdere taken tegelijk uit te voeren, om te multitasken."
In de Verenigde Staten bestaat er al een woord voor: 'chemo brain'. Hoewel studies inderdaad naar chemotherapie als de boosdoener wijzen, is er nog weinig over het fenomeen bekend en staat het onderzoek nog in de kinderschoenen.
Grootste impact
Uit recente studies blijkt dat patiënten die chemo kregen nog lang na hun behandeling slechter scoren op cognitieve tests dan mensen die een andere behandeling kregen. Hersenscans tonen daarnaast aan dat chemotherapie het brein inderdaad verandert.
Welke middelen de grootste impact hebben op het cognitief functioneren van kankerpatiënten is onduidelijk. "Het meeste onderzoek is gedaan bij borstkankerpatiënten", zegt neuropsycholoog Sanne Schagen van het Nederlandse kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam. "Maar er doen zich ook cognitieve problemen voor bij patiënten met andere kankers. En die krijgen vaak andere medicatie. We weten dus dat veel kankermedicijnen het brein beïnvloeden, maar het is nog niet duidelijk hoe giftig de verschillende combinaties zijn."