Hoe amper 10 tabaksreclames een tiener aanzetten tot roken
Het zien van amper tien tabaksreclames kan het risico dat een tiener begint te roken met zo'n 40 procent verhogen. Hetzelfde aantal verhoogt het risico dat een tiener dagelijks rookt met 30 procent. Dat blijkt uit een Duits onderzoek, waarbij meer dan 1.300 15-jarige niet-rokers gedurende 2,5 jaar gevolgd werden.
In 2008 werd aan de kinderen gevraagd hoe vaak ze bepaalde reclames hadden gezien. Daarbij ging het om de zes meest populaire sigarettenmerken in Duitsland en acht andere producten, zoals chocolade, kleren, gsm's en auto's. In 2011, 30 maanden later, kregen ze dezelfde vraag. Op dat moment werd ook gepeild naar hoeveel sigaretten ze tot dan al hadden gerookt en of ze regelmatig rookten.
De blootstelling aan de sigarettenreclames was een stuk lager dan die aan de andere producten, maar de advertentie voor één populair merk werd door de helft van de jongeren minstens één keer gezien. 13 procent kwam meer dan 10 keer in aanraking met die reclame.
Invloed
Een op de drie kinderen bekende dat hij of zij had gerookt in de afgelopen 2,5 jaar, met een op tien bij wie dat in de voorgaande maand gebeurde. Een op twintig zei meer dan 100 sigaretten gerookt te hebben, wat hen een 'gevestigde roker' maakte. Eenzelfde aantal gaf aan nu dagelijks te roken. Een derde van die dagelijkse rokers waren 14 jaar of jonger, een op vier was 16 jaar of ouder.
De grootste invloed om te beginnen met roken kwam van de druk van vrienden, maar dat werd op de voet gevolgd door de blootstelling aan tabaksreclames. Tieners die daar het meest mee in aanraking kwamen (11 tot 55 reclames), hadden ongeveer dubbel zoveel kans om een dagelijkse roker te worden dan degene die er het minst zagen (0 tot 2,5).
Factoren
Voor elke tien bijkomende aanrakingen met tabaksreclames had een tiener 38 procent meer kans om een gevestigde roker te worden en 30 procent meer kans om een dagelijkse roker te worden.
Nadat alle andere factoren met invloed werden uitgesloten, bleek het algemene risico om een gevestigde roker te worden tussen 3 en 7,3 procent groter. Het risico om een dagelijkse roker te worden was 3 à 6,4 procent hoger, afhankelijk van hoeveel reclames de tiener had gezien.