Huisartsen nemen steeds minder uitstrijkjes af
Huisartsen nemen hoe langer hoe minder uitstrijkjes van de baarmoederhals. Dat meldt de Artsenkrant. In 1995 namen huisartsen 18,5 procent van alle uitstrijkjes voor hun rekening, in 2012 nog maar 8,8 procent.
Hoewel baarmoederhalskankerpreventie tot het takenpakket van huisartsen wordt gerekend, nemen gynaecologen nu negen op de tien uitstrijkjes voor hun rekening. Rekening houdend met het kleine percentage uitgevoerd door chirurgen en gynaecologen in opleiding komen de specialisten aan 91,2 procent.
"Alles wat in de genitale sfeer ligt, is steeds minder het onderwerp van een bezoek aan de huisarts", zegt gynaecoloog Johan Van Wiemeersch in de Artsenkrant. Huisarts Maaike Van Overloop van Domus Medica verwacht daarentegen een kentering en ziet vooral bij jonge huisartsen een groeiende interesse voor preventieve kankerscreening bij vrouwen.
De Artsenkrant stelt de vraag wat huisartsen kunnen doen om het terreinverlies te stoppen. "Ze moeten zelf actief aan preventieve geneeskunde doen, bijvoorbeeld via hun 'GMD plus', dat nu nog te weinig wordt gebruikt", zegt Marc Moens van het artsensyndicaat Bvas.
In absolute cijfers is er een stijging te merken van het aantal uitstrijkjes tot 2008, daarna gaat de trend in dalende lijn. De verklaring voor de trendbreuk vanaf 2009 ligt voor de hand: sindsdien wordt het uitstrijkje nog maar eens om de 2 jaar terugbetaald. Voordien was er geen limiet. Vanaf 2013 is er overigens een interval van 3 jaar.