Studie bewijst: vreetbuien zijn aangeboren bij vrouwen
Dat vrouwen meer kans lopen om een eetstoornis te ontwikkelen, wisten we al langer. Recent onderzoek onthulde dat niet de maatschappij hier de schuldige van is, zoals lang werd gedacht, maar dat hun biologische bouw hier achter zit. Zo blijkt uit nieuwe experimenten op vrouwelijke ratten.
Professor Klump en zijn collega's voerden een voedingsexperiment met 60 ratten, de helft van hen waren vrouwelijk. Ze vervingen gedurende twee weken hun normale voeding door vanillecrème. De vrouwelijke dieren hadden zes keer meer kans om de grootste hoeveelheid crème te eten in alle testen. Professor Klump zegt dat de neiging om veel te eten in verband staat met het natuurlijke beloningssysteem van het brein of de mate waarin iemand van beloning houdt.
Mannen en vrouwen
De resultaten van dit onderzoek suggereren volgens de onderzoekers dat niet enkel druk van de maatschappij de oorzaak is van eetstoornissen bij vrouwen. Dit is de eerste studie op dieren de verschillen qua vreetbuien bij de twee geslachten vaststelt. De onderzoekers menen dat dit implicaties heeft voor mensen. Patiënten met vreetbuien eten vaak een ongewoon grote hoeveelheid voedsel en voelen zich stuurloos tijdens deze aanvallen. Vrouwen lopen tien keer meer kans op een eetstoornis dan mannen.
Geen externe druk
Professor in de psychologie Kelly Klump: "De meeste theorieën over het verhoogde risico op eetstoornissen bij vrouwen duiden vaak een de culturele en psychologische druk op vrouwen en meisjes als schuldige aan. Maar nu blijkt dat biologische factoren hier ook invloed op hebben, vrouwelijke ratten ervaren geen psychosociale druk, wat wel bij mensen het geval is. De dieren voelen namelijk niet de druk om slank te zijn."
Het onderzoek levert het sterkste bewijs tot nu dat biologie een rol speelt in het ontwikkelen eetstoornissen. Momenteel wordt getest of de vrouwelijke hersenen van de ratten gevoeliger zijn aan belonende prikkels als voeding rijk aan vet, suiker en chemische stoffen die beloningsgedrag uitlokken. Dit kan uiteindelijk helpen bij de verbetering van eetstoornistherapiën.